Rb. Noord-Nederland 17 maart 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1583

Weigering van een jachtakte op grond van artikel 3.28, derde lid, aanhef en onder a en b, van de Wet natuurbescherming. De rechtbank is van oordeel dat de minister de afwijzing van de aanvraag terecht heeft gehandhaafd omdat voldoende grond bestond voor de conclusie dat het voorhanden hebben van wapens en munitie niet aan eiser kon worden toevertrouwd. De minister heeft de onschuldpresumptie niet geschonden. Ook heeft de minister geen ruimte om te komen tot een belangenafweging. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken