ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3005
Bij afzonderlijke besluiten van 31 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal de afzonderlijke verzoeken van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden jegens [partij] tegen het gebruik van de houtkachel op het perceel [locatie] te Oldenzaal afgewezen. [partij] gebruikt in zijn woning op het perceel [locatie] een houtkachel. [appellant A] en [appellant B] wonen tegenover dit perceel aan de overkant van de weg. [appellant A] woont op 16 m afstand van de woning van [partij] en [appellant B] op 21 m. [appellant A] en [appellant B] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van de houtkachel, omdat dit gebruik volgens hen stankoverlast en schade aan de gezondheid veroorzaakt. Het college heeft aan zijn in bezwaar gehandhaafde besluit ten grondslag gelegd dat het niet bevoegd is om op grond van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 handhavend op te treden omdat [partij] dit artikel niet overtreedt met het gebruik van de houtkachel.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 20 december 2019 (Urgenda), ECLI:NL:HR:2019:2006
- Rb. Oost-Brabant 12 juli 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:4055
- ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2012
- ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3295
- EHRM 13 juli 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0713JUD003834205
- ABRvS 10 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1229
- ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4032