ABRvS 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1011
Bij besluiten van 25 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drechterland het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden toegewezen en [appellant sub 1] onder oplegging van een dwangsom van € 15.000,00 ineens gelast de paardrijdbak op het perceel [locatie 1] in Wijdenes te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant sub 1] woonde ten tijde van de besluiten van 25 juni 2018 en 30 maart 2021 op het perceel [locatie 1] in Wijdenes. Hij hield paarden op dit perceel. [appellant sub 2] woont op het aangrenzende perceel [locatie 2]. Zij ondervond hinder van de wijze waarop de paarden werden gehouden en van het gebruik van de paardrijdbak. [appellant sub 2] heeft bij brief van 12 februari 2018 het college verzocht om handhavend op te treden tegen het houden van paarden op het perceel en het plaatsen en gebruiken van een paardrijdbak op het perceel. Ook heeft zij verzocht handhavend op te treden tegen de mestopslag op het perceel achter de begraafplaats aan de Kerkbuurt 72.
De uitspraak op rechtspraak.nl