Rb. Oost-Brabant 6 augustus 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3577
Eiseres heeft het college verzocht over te gaan tot handhavend optreden vanwege het ondervinden van hinderlijke rookoverlast door het stoken van de houtkachel door haar buurman. Het college heeft voorafgaand aan het bestreden besluit op drie momenten gecontroleerd naar mogelijke overlast door het gebruik van de houtkachel door de derde-partij. Tijdens deze controles is geen overmatige hinder geconstateerd. Het college heeft daarom geen aanleiding gezien om handhavend op te treden. De rechtbank heeft het beroep eerder op 17 januari 2023 op zitting behandeld. De rechtbank heeft het beroep vervolgens naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) verwezen omdat zij zich niet bevoegd acht. De Afdeling heeft het beroep op 19 februari 2024 vervolgens gedeeltelijk teruggewezen naar de rechtbank, namelijk voor zover het verzoek betrekking heeft op de gestelde overtreding van het Bouwbesluit 2012. De Afdeling heeft het beroep voor zover dat gaat over de Wet milieubeheer aan zich gehouden. Daarna heeft de rechtbank het onderzoek heropend over het gedeelte waartoe zij volgens de Afdeling bevoegd is. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4319
- ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3140
- ABRvS 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:690
- ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3005
- ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3295
- EHRM 13 juli 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0713JUD003834205
- ABRvS, ECLI:NL:RVS:2022:313731