ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3137
Bij besluit van 20 april 2020 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de verspreiding van houtrook afkomstig van het adres [locatie 1] te 's-Gravenpolder, afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie 2] in ’s-Gravenpolder. Bij wind uit noordelijke richting ervaart hij overlast van het stoken van de houtkachel door [buurman] die op het adres [locatie 1] woont. [appellant] heeft dan last van stank en geprikkelde ogen. Hij heeft op 10 februari 2020 bij het college een verzoek ingediend om hiertegen handhavend op te treden. Het college heeft dit verzoek bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 20 april 2020 afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het onderzoek van het college of sprake is van houtrookoverlast beperkt is geweest, nu slechts eenmaal een ambtenaar ter plaatse is geweest om te ruiken of sprake was van overmatige geurhinder. Het college had volgens de rechtbank meer onderzoek kunnen doen. Dit laat volgens de rechtbank echter onverlet dat dit onderzoek, zelfs als het was uitgevoerd door een zogenaamde gecertificeerde neus, niet had kunnen bijdragen aan het door [appellant] gewenste resultaat, namelijk het vaststellen van overmatige houtrookoverlast.
De uitspraak op rechtspraak.nl