ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3140
Bij besluit van 27 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland, voor zover nu van belang, door [appellant] ingediende handhavingsverzoeken afgewezen. De handhavingsverzoeken zien op verschillende overtredingen die volgens [appellant] plaatsvinden op het perceel [locatie 1] in Maasdijk. [appellant] is eigenaar en bewoner van het perceel [locatie 2] in Maasdijk. Dit perceel is te bereiken via een doodlopend pad dat aansluit op een doorgaande weg met twee rijbanen, namelijk de Maasdijk. [persoon A] en [persoon B] zijn eigenaren en bewoners van het perceel [locatie 1]. Ook dit perceel is via het doodlopende pad te bereiken. De percelen [locatie 2] en [locatie 1] grenzen aan elkaar. Naar het oordeel van de rechtbank veroorzaakt het gebruik van houtkachels op het perceel [locatie 1] voor [appellant] als gebruiker van het perceel [locatie 2] niet zoveel overlast - in de vorm van rook, roet, walm en/of stof - dat strijd ontstaat met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012. De beslissing van het college om niet handhavend op te treden tegen het gebruik van één of meer houtkachels op perceel [locatie 1], is volgens de rechtbank voldoende zorgvuldig voorbereid.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1547
- ABRvS 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:690
- ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3005
- ABRvS 2 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1
- ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3295
- ABRvS 4 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3
- ABRvS 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3058
- ABRvS 4 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1020