ABRvS 20 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3687
Herhaalde aanvraag / rechterlijke toetsing / motivering bestreden besluit speelt geen rol De rechtbank heeft overwogen dat, nu enkele van de gedateerde brieven dateren van na het besluit van 23 september 2002 (bedoeld zal zijn: het besluit van 18 oktober 1996), en de gebeurtenissen ter onderbouwing waarvan de stukken in het geding zijn gebracht, zich hebben voorgedaan na deze datum, de aangevoerde feiten en omstandigheden als nieuw moeten worden beschouwd. Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld of deze nieuwe feiten en omstandigheden aan het eerdere besluit af kunnen doen en in dat kader overwogen dat de anonieme brieven niet afkomstig zijn uit een objectieve en verifieerbare bron, maar dat dit niet, zoals de minister heeft gedaan, aan de vreemdeling kan worden tegengeworpen. De rechtbank heeft op grond van deze overwegingen geconcludeerd dat het bij haar bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Door aldus te overwegen heeft de rechtbank niet onderkend dat de enkele datering van overgelegde stukken na het eerdere besluit niet voldoende is om de aan de aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aan te merken als feiten en omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke toetsing van het op de aanvraag genomen besluit rechtvaardigen. Immers, ook de vraag of de gestelde feiten en omstandigheden op voorhand kunnen afdoen aan het eerdere besluit is onderdeel van de ambtshalve te beantwoorden vraag of sprake is van zodanige feiten en omstandigheden. Daarbij kan wel betekenis toekomen aan de motivering van het eerdere besluit, maar speelt de motivering van het thans bij de rechtbank bestreden besluit geen rol. De rechtbank heeft dit niet onderkend door in plaats van de vraag te beantwoorden of de gestelde feiten en omstandigheden kunnen afdoen aan het eerdere besluit de motivering van het thans bij haar bestreden besluit te toetsen.
De uitspraak op rechtspraak.nl