Rb. Den Haag 1 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6088

In artikel 33, tweede lid, onder d, van de herziene Procedurerichtlijn ligt al de verwijtbaarheidstoets besloten. Artikel 40, vierde lid, van de herziene Procedurerichtlijn is geen facultatieve bepaling die implementatie behoeft. De rechtbank ziet geen aanleiding om thans anders te oordelen over artikel 33, tweede lid en onder d, en artikel 40, vierde lid, van de herziene Procedurerichtlijn dan de Afdeling heeft gedaan over artikel 32, zesde lid, van Richtlijn 2005/85/EG (de vorige Procedurerichtlijn) in haar uitspraken van 7 juli 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BN1613) en 28 juni 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX0767). Dit betekent dat onder de term ‘nieuwe elementen of bevindingen’ hetzelfde dient te worden verstaan als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. In de term ‘nieuwe elementen of bevindingen’ ligt aldus de verwijtbaarheidstoets besloten, hetgeen wil zeggen dat zowel het bestuursorgaan als de rechter kan besluiten dat overgelegde stukken en aangevoerde feiten of argumenten niet nieuw zijn, omdat ze in de vorige procedure al hadden en derhalve behoorden naar voren te worden gebracht. Bovendien bepaalt artikel 4, eerste lid, van de Kwalificatierichtlijn dat de lidstaten van de verzoeker mogen verlangen dat hij alle elementen ter staving van zijn verzoek zo spoedig mogelijk indient. Deze op de vreemdeling rustende verplichting is neergelegd in artikel 31, tweede lid, van de Vw 2000. Het ligt niet in de rede dat lidstaten bij een eerste asielverzoek van een verzoeker mogen verlangen dat hij alle elementen zo spoedig mogelijk indient of naar voren brengt en dat diezelfde verzoeker vervolgens op grond van artikel 33, tweede lid, aanhef en onder d, van de herziene Procedurerichtlijn de mogelijkheid heeft om bij een volgend asielverzoek alle elementen naar voren te brengen die hij in de vorige procedure niet of niet tijdig naar voren heeft gebracht. Daarbij komt dat artikel 46, derde lid, van de herziene Procedurerichtlijn de rechtbank voorschrijft dat haar toetsing een volledig en ex nunc onderzoek omvat van zowel de feitelijke als de juridische gronden, met inbegrip van, indien van toepassing, een onderzoek naar de behoefte aan internationale bescherming. Dit betekent dat het op de weg van verzoeker ligt om alle van belang zijnde documenten, feiten en juridische argumenten naar voren te brengen in de eerste asielprocedure, indien zo nodig in de beroepsfase, om zo zijn reden(en) voor vertrek uit het land van herkomst, of een land van eerder verblijf, te onderbouwen en zijn recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel uit te oefenen. Ook in dit licht past het om de verwijtbaarheidstoets in te lezen in het begrip ‘nieuwe elementen of bevindingen’. Een reden temeer daarvoor is dat in artikel 32, tweede lid, van de herziene Procedurerichtlijn niet tevens de optionele bepaling is opgenomen dat de lidstaten een verzoek om internationale bescherming als niet-ontvankelijk kunnen beschouwen wanneer aan het volgende verzoek wel nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen of door de verzoeker werden voorgelegd, maar de verzoeker valt te verwijten dat hij die nieuwe elementen of bevindingen niet eerder naar voren heeft gebracht. Onder nieuwe elementen of bevindingen moeten worden verstaan feiten of omstandigheden, waaronder begrepen bewijsstukken, die na het eerder besluit of de eerdere besluiten zijn voorgevallen, met uitzondering van die feiten of omstandigheden die, gelet op artikel 83 van de Vw 2000, naar voren konden en derhalve behoorden te worden gebracht in de beroepsfase bij de bestuursrechter in eerste aanleg in de vorige procedure(s), dan wel al door de bestuursrechter in de voorlaatste procedure met toepassing van artikel 83 van de Vw 2000 zijn meegenomen en beoordeeld. Is hieraan voldaan, dan is niettemin geen sprake van nieuw elementen of bevindingen die een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen als op voorhand is uitgesloten dat wat alsnog is aangevoerd of overgelegd aan het eerder besluit of de eerdere besluiten kan afdoen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken