Rb. Zeeland-West-Brabant 21 januari 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:264

Dividendbelasting / internationaal, dividendbelastingzaken, einduitspraak na prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, wijze van rechtsherstel, fbi-vergelijking/aandeelhouderseisen De rechtbank overweegt dat zij de door de Hoge Raad voorgeschreven wijze van rechtsherstel (belanghebbende moet instemmen met het doen van een vervangende betaling) kan toetsen aan het unierecht. Anders dan belanghebbende ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de opvatting van de Hoge Raad dat in rechtsoverweging 84 van het Fidelity-arrest met ‘een belasting betalen’ is bedoeld een betaling aan Denemarken. Wel vraagt de rechtbank zich wat betreft de grondslag voor de vervangende betaling – de wereldwinst – af of er niet zodanige twijfel is dat niet gesproken kan worden van een acte clair. De rechtbank gaat echter niet over tot het stellen van prejudiciële vragen omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de onderhavige jaren voldeed aan de aandeelhouderseisen die aan een fbi worden gesteld. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken