Rb. 's-Gravenhage 18 januari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1854
Somalië / 15c Definitierichtlijn / vestigingsalternatief / doorreis via Mogadishu / interim measure Niet in geschil is dat eiser afkomstig is uit Mogadishu en dat de veiligheidssituatie aldaar zodanig slecht is dat er in de stad Mogadishu sprake is van een uitzonderlijke situatie, zoals bedoeld in artikel 15c van de Definitierichtlijn. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder eiser een vestigingsalternatief binnen Centraal- en Zuid-Somalië heeft kunnen tegenwerpen. De rechtbank is allereerst van oordeel dat verweerder zich in het bestreden besluit op het standpunt heeft kunnen stellen dat ten aanzien van gebieden in Somalië buiten Mogadishu niet is gebleken van een zodanig hoge mate van willekeurig geweld, dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Definitierichtlijn. Voorts is niet in geschil is dat de dreiging waaraan eiser in Mogadishu wordt blootgesteld niet op de persoon gericht is, maar enkel een gevolg is van een extreme situatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. Evenmin is in geschil dat eiser niet behoort tot de in WBV 2010/19 genoemde groepen ten aanzien waarvan wordt aangenomen dat er geen vestigingsalternatief voorhanden is in Centraal- en Zuid-Somalië. Eiser heeft aangevoerd dat doorreis naar de gebieden in Centraal- en Zuid-Somalië dient te geschieden via Mogadishu en dat dit levensgevaarlijk is, maar naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat er voor eiser geen beletsel is om te reizen naar en toegang te verkrijgen tot het gebied in Centraal- en Zuid-Somalië dat is gelegen buiten Mogadishu. Immers, de luchthaven waarop in het artikel van Vluchtelingenwerk Nederland van 17 december 2010 wordt gedoeld, betreft een andere dan de internationale luchthaven van Mogadishu. De internationale luchthaven van Mogadishu, van waaruit verder kan worden gereisd naar de gebieden in Centraal- en Zuid-Somalië, is ongeveer twintig kilometer ten westen van de stad Mogadishu gelegen. Deze luchthaven ligt buiten het gebied waar sprake is van een uitzonderlijke situatie, zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. Dit blijkt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 28 december 2010 (201009950/1/V3, www.raadvanstate.nl). De luchthaven is in handen van de TFG, gesteund door troepen van de AMISOM. Verder bestaat er geen grond voor het oordeel dat verweerder zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat van eiser redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij zich vestigt in het gebied in Centraal- en Zuid-Somalië dat is gelegen buiten Mogadishu. Uit de interim measures van 7 januari 2011 (o.a. nummer 75170/10), kan niet kan worden afgeleid dat de president van het EHRM van mening is dat eiser bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Nu de interim measures slechts een tijdelijke belemmering voor eventuele uitzetting van eiser naar Somalië vormt, ziet de rechtbank daarin geen reden om te komen tot het oordeel dat met de weigering eiser een verblijfsvergunning asiel te verlenen sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl