Art. 3.105a VB, De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)

1. De verblijfsvergunning asiel die met toepassing van artikel 28, eerste lid, onderdeel c, van de Wet ambtshalve wordt verleend, wordt verleend met ingang van de dag nadat de machtiging tot voorlopig verblijf aan de vreemdeling in persoon is afgegeven.

2. In afwijking van het eerste lid, kan de verblijfsvergunning worden verleend met ingang van de dag die bij de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf is opgegeven als de dag waarop de vreemdeling Nederland zal inreizen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen