Art. 3.105a VB, De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. De verblijfsvergunning asiel die met toepassing van artikel 28, eerste lid, onderdeel c, van de Wet ambtshalve wordt verleend, wordt verleend met ingang van de dag nadat de machtiging tot voorlopig verblijf aan de vreemdeling in persoon is afgegeven.
2. In afwijking van het eerste lid, kan de verblijfsvergunning worden verleend met ingang van de dag die bij de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf is opgegeven als de dag waarop de vreemdeling Nederland zal inreizen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 3 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4
- Rb. 's-Gravenhage 18 januari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1854
- Rb. 's-Gravenhage 25 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8935
- Rb. 's-Gravenhage 4 augustus 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4721
- Rb. Den Haag 26 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:2322
- Rb. Den Haag 15 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6450
- Rb. Den Haag 15 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6449
- Rb. Den Haag 16 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:445
- Rb. Den Haag 6 februari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:17018
- Rb. Den Haag 20 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:13759
- Rb. Den Haag 27 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11101