Art. 62 Wtt 2018, Uitzonderingen publicatieplicht
Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018)
1. Openbaarmaking op grond van artikel 61 wordt uitgesteld of geschiedt in zodanige vorm dat de openbaar te maken gegevens niet herleidbaar zijn tot afzonderlijke personen, voor zover:
a. die gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn;
b. betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend;
c. een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de Nederlandsche Bank naar mogelijke overtredingen zou worden ondermijnd;
d. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht.
2. Openbaarmaking op grond van artikel 61 blijft achterwege, indien openbaarmaking overeenkomstig het eerste lid:
a. onevenredig zou zijn gezien de geringe ernst van de overtreding, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft;
b. niet in overeenstemming is met het doel van de opgelegde bestuurlijke sanctie, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft; of
c. de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou brengen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 12 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8322
- Rb. Rotterdam 15 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5209
- Rb. Rotterdam 12 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6921
- Rb. Rotterdam 31 januari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1043
- Rb. Rotterdam 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10710
- Rb. Rotterdam 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10188
- Rb. Rotterdam 18 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6741