Rb. Rotterdam 13 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:3666

De AFM heeft een beleggingsonderneming een aanwijzing tot heenzending van een van haar dagelijks beleidsbepalers gegeven, omdat de betrouwbaarheid van deze beleidsbepaler volgens de AFM niet langer buiten twijfel staat. Dit negatieve betrouwbaarheidsoordeel heeft de AFM gebaseerd op twee antecedenten, waaronder een door de Franse toezichthouder aan de beleidsbepaler wegens overtreding van het verbod op marktmanipulatie opgelegde boete, waartegen de beleidsbepaler geen beroep heeft ingesteld. De beroepsgronden tegen dit negatieve betrouwbaarheidsoordeel en de aanwijzing tot heenzending slagen niet. De AFM hoefde niet te beoordelen of de beleidsbepaler de aan de boete ten grondslag liggende overtreding van het verbod op marktmanipulatie heeft begaan. Ook de rechtbank beoordeelt dit niet. De beleidsbepaler heeft de mogelijkheid gehad om beroep in te stellen tegen de boete en de hem verweten overtreding in die beroepsprocedure te betwisten. Dat hij dat niet heeft gedaan, komt voor zijn rekening en risico. Dat de aan boete ten grondslag liggende gedragingen in een verder verleden liggen, hoefde de AFM er niet van te weerhouden om de boete zwaar te laten wegen bij haar oordeelsvorming. Slechts bijzondere en zwaarwegende belangen van de beleidsbepaler kunnen de conclusie rechtvaardigen dat een aanwijzing tot zijn heenzending als beleidsbepaler van de beleggingsonderneming ondanks een dergelijk antecedent niet evenwichtig is. Van zulke bijzondere en zwaarwegende belangen is geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken