Rb. Rotterdam 26 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4289

Verzoek om voorlopige voorziening. De AFM heeft verzoekster een aanwijzing tot heenzending van een van haar dagelijks beleidsbepalers (verzoeker) gegeven. Door niet reeds voorafgaand aan haar besluit daartoe (de voorfase) te voldoen aan het verzoek van verzoekers om hen inzage te geven in bepaalde op de zaak betrekking hebbende stukken heeft de AFM in de voorfase het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel geschonden. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen en bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de door de AFM aan verzoekster gegeven termijn voor heenzending van verzoeker wordt verlengd tot en met vijftig werkdagen na bekendmaking van het besluit op het bezwaar van verzoekster en verzoeker. Daarmee worden verzoekster en verzoeker als het ware teruggebracht in de positie waarin zij zouden zijn geweest als hun verdedigingsrechten niet waren geschonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken