Rb. Rotterdam 19 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9239

De stichting wil dat DNB handhavend optreedt tegen Transactie Monitoring Nederland (TMNL), tegen de deelnemende banken en tegen de Nederlandse Vereniging van Banken wegens overtreding van artikel 10 Wwft. DNB meent echter dat de stichting geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb. Het bezwaar tegen de schriftelijke weigering om te handhaven heeft DNB niet-ontvankelijk verklaard omdat procesbelang is komen te ontvallen aan het verzoek. De voorzieningenrechter sluit kort en onderschrijft het besluit op bezwaar. De stichting heeft niet bestreden dat de activiteiten van TMNL zijn stopgezet en de uitgewisselde gegevens zijn verwijderd. Met dit beroep kan de stichting dus niet meer bereiken wat zij in haar verzoek heeft verzocht, namelijk dat de overtreding van het transactiemonitoringsverbod ogenblikkelijk wordt gestopt, onder oplegging van een last onder dwangsom en een punitieve boete. Zoals DNB uiteen heeft gezet, kan zij in eerste instantie slechts tegen niet naleving van artikel van artikel 10, eerste lid, van Wwft optreden met een aanwijzing. Een aanwijzing kan slechts zien op een lopende overtreding en niet worden gegeven ter voorkoming van herhaling (vgl. ECLI:NL:CBB:2024:223). Dit betekent dat DNB hoe dan ook niet meer handhavend kon optreden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken