ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1107
Bij besluit van 16 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. In december 2017 heeft [appellant] het college verzocht om door middel van een last onder dwangsom handhavend op te treden ten aanzien van acht zeecontainers die waren gestapeld op het Willem Dreespark zonder dat daartoe een omgevingsvergunning was verleend. Volgens hem bestond hierin een voor burgers gevaarlijke situatie. Naar aanleiding van het handhavingsverzoek heeft een gemeentelijke toezichthouder een controle uitgevoerd. Op grond van de bevindingen van de toezichthouder heeft het college de situatie niet gevaarlijk geacht en heeft het college dit verzoek afgewezen. In november 2018 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat zeven van de acht zeecontainers inmiddels waren verwijderd en daarmee het belang van [appellant] bij een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar was komen te vervallen.
De uitspraak op rechtspraak.nl