Rb. Rotterdam 17 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4718

Uitspraak rechtbank en voorzieningenrechter. DNB heeft de Stichting bij e-mail van 12 april 2024 en bij brief van gelijke datum meegedeeld dat het handhavingsverzoek van de Stichting niet in behandeling zal worden genomen, omdat de Stichting volgens DNB geen belanghebbende is bij dit verzoek. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek omdat dit niet van een belanghebbende afkomstig zou zijn en daarom geen aanvraag als bedoeld in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb is, kan met toepassing van artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Awb bezwaar worden gemaakt. Van een op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit waartegen met toepassing van artikel 6:12 van de Awb beroep kan worden ingesteld was op het moment dat de Stichting haar beroep instelde dan ook geen sprake, ongeacht of zij al dan niet belanghebbende is bij haar handhavingsverzoek. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het handhavingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, wordt het verzoek om voorlopige voorziening dat is ingediend hangende dit beroep, afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken