Rb. Rotterdam 30 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8126
Met vereenvoudigde afdoening heeft de rechtbank het beroep van de stichting niet-ontvankelijk verklaard. Verzet is ingesteld. Nu de stichting in haar beroepschrift wegens niet tijdig beslissen zelf melding heeft gemaakt van het mailbericht van DNB van 12 april 2024, was de stichting op het tijdstip dat zij dit beroep instelde ervan op de hoogte dat DNB reeds had besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Anders dan is bepaald in artikel 6:19 lid 2 Awb, voorziet artikel 6:20 Awb er niet in dat het beroep van rechtswege mede is gericht tegen het reeds daarvoor genomen (nieuwe) besluit. Ook de rechtspraak biedt geen aanknopingspunten voor een overeenkomstige toepassing van artikel 6:20 Awb in de voorliggende situatie (ECLI:NL:CRVB:2022:877 en ECLI:NL:RBROT:2023:11902). Het verzet is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 17 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4718
- Rb. Rotterdam 19 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11902
- CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:877
- ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:557
- CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:179
- CRvB 19 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:924
- ABRvS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:407
- CBb 22 augustus 2016, ECLI:NL:CBB:2016:276
- HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:969
- CRvB 23 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO4793
- ABRvS 18 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO2903
- HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4298
- ABRvS 1 mei 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE2039