Rb. Rotterdam 23 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4209

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit van 23 maart 2023 van de Minister tot wijziging van het tot wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2014 (bestreden besluit). Daargelaten of de voorzieningenrechter bevoegd is om de Minister op te dragen met verzoekster in overleg te treden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat een voorziening die ertoe strekt dat de Minister wordt opgedragen ter vervanging van het bestreden besluit een besluit te nemen zoals verzoekster voorstaat, het karakter van een voorlopige maatregel te buiten gaat. In feite vraagt verzoekster daarmee de voorzieningenrechter in de hoofdzaak te voorzien. Voor een kortsluiting als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb ziet de voorzieningenrechter echter om de volgende redenen geen ruimte. Ten eerste hebben tien partijen met verschillende belangen beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ten tweede – en dit hangt samen met het eerste punt – leent deze zaak zich daarom niet door afdoening door de voorzieningenrechter, maar is behandeling van alle beroepen door een meervoudige kamer gewenst. Ten derde wil de rechtbank alle hoofdzaken zo snel als mogelijk is gezamenlijk afdoen. Om die reden is op 25 mei 2023 een regiezitting gepland. Hier voegt de voorzieningenrechter aan toe dat geen sprake is van een in het oog springende onrechtmatigheid van het bestreden besluit, zoals eerder wel het geval was toen geen rekening was gehouden met de noodzaak Inmarsat tot haar verhuizing een plaats te geven binnen het 3,5 Ghz spectrum.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken