Rb. Rotterdam 1 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1558

Boetes aan pluimveeslachterij wegens niet naleven hygiënevoorschriften. Weliswaar rust op verweerder de bewijslast dat een overtreding is begaan, maar die bewijslast gaat niet zover dat hij voorts moet bewijzen dat eiseres ten tijde van de inspectie geen alternatief systeem met een gelijkwaardig effect in gebruik had. In dit verband acht de rechtbank een weerlegbaar bewijsvermoeden gerechtvaardigd, zodat het in een geval als dit waarin is komen vast te staan dat het gereedschap niet werd ontsmet met heet water van ten minste 82 °C, op de weg van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf ligt om aannemelijk te maken dat haar slachthuis een alternatief systeem met een gelijkwaardig effect in gebruik had. Wat eiseres heeft gesteld omtrent haar eigen hygiënecode treft geen doel, omdat uit de feitelijke constateringen in rapport 2 moet worden afgeleid dat eiseres niet heeft gehandeld in overeenstemming met haar eigen hygiënecode, die namelijk vergt dat reiniging en ontsmetting plaats hebben. Ook ten aanzien van deze overtreding merkt de rechtbank op dat dit geen op zichzelf staand incident vormt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken