Hof 's-Hertogenbosch 1 februari 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:393
Verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan het medeplegen van het binnen het grondgebied brengen van de Europese Gemeenschap en de handel in en het bezit van een grote hoeveelheid (producten van) planten en dieren, behorende tot beschermde uitheemse soorten, genoemd in bijlage A, B, C of D van Verordening (EG) 338/97 (de CITES-basisverordening), opzettelijk begaan door een rechtspersoon. Voorts heeft verdachte feitelijk leiding gegeven aan het medeplegen van het handelen in valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. Het hof spreekt de verdachte vrij van het verstrekken van onjuiste gegevens ingevolge de douanewetgeving, maar acht bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, meermalen gepleegd en begaan door een rechtspersoon. Anders dan de rechtbank geeft het hof voor wat betreft de feiten onder 1A, 2, 3 en 6 toepassing aan de toepasselijke wetsbepalingen ten tijde van het begaan van de delicten, te weten de Flora- en faunawet. Onder meer vanwege het tijdsverloop, de termijnoverschrijding en de persoonlijke omstandigheden van verdachte komt het hof tot een andere strafoplegging dan de rechtbank. Het hof legt op een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.
De uitspraak op rechtspraak.nl