Art. 337 Sr, Bedrog
1. Hij die opzettelijk: invoert, doorvoert of uitvoert, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, uitdeelt of in voorraad heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de vijfde categorie.
a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken,
b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft,
c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, zijn voorzien,
d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst of
e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen,
2. Niet strafbaar is hij die enkele waren, onderdelen daarvan of merken als omschreven in het eerste lid in voorraad heeft uitsluitend voor eigen gebruik.
3. Indien de schuldige van het plegen van het misdrijf, genoemd in het eerste lid, zijn beroep maakt of het plegen van dit misdrijf als bedrijf uitoefent, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. Indien door het plegen van het misdrijf, genoemd in het eerste lid, gemeen gevaar voor personen of goederen te duchten is, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 11 maart 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC1898
- HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:892
- ABRvS 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:212
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7280
- HR 19 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:450
- Rb. Gelderland 25 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4902
- Conclusie A-G Vellinga 11 mei 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL7660
- HR 17 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW0484
- Hof Den Haag 11 oktober 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2003
- Rb. Utrecht 5 juni 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BW7852
- Rb. Midden-Nederland 17 april 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1523
- Rb. Midden-Nederland 22 oktober 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:5195
- Rb. Den Haag 18 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1740
- Rb. Den Haag 23 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8217
- Rb. Amsterdam 17 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3687
- Rb. Amsterdam 19 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9095
- Conclusie A-G Paridaens 11 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:313
- Conclusie A-G Aben 7 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:329
- Conclusie A-G Bleichrodt 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:270
- Conclusie A-G Knigge 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:471