Art. 10:5 Adw, Strafbare feiten
1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die ingevolge de douanewetgeving verplicht is tot:
a. het vertonen, overgeven of voor raadpleging beschikbaar stellen van bepaalde gegevensdragers, of de inhoud daarvan, en een zodanige verplichting niet nakomt;
b. het vertonen, overgeven of voor raadpleging beschikbaar stellen van bepaalde gegevensdragers, of de inhoud daarvan, en valse of vervalste gegevensdragers vertoont, overgeeft of voor raadpleging beschikbaar stelt, dan wel de inhoud daarvan in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stelt;
c. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de douanewetgeving gestelde eisen, en een zodanige administratie niet voert;
d. het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, en deze niet bewaart.
2. Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in het eerste lid, onderdelen a, c of d, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.
3. Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in het eerste lid, onderdeel b, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.
4. Degene die een ingevolge de douanewetgeving vereiste aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig doet wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.
5. Degene die een ingevolge de douanewetgeving verplicht is tot het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en deze opzettelijk niet, onjuist of onvolledig verstrekt, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven rechten.
6. Indien het feit, ter zake waarvan de verdachte kan worden vervolgd, zowel valt onder een van de bepalingen van het tweede, derde, vierde of vijfde lid, als onder die van artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is strafvervolging op grond van genoemd artikel 225, tweede lid, uitgesloten.
7. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de invordering van de rechten bij invoer.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Holland 20 mei 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:4292
- Rb. Noord-Holland 16 januari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:418
- Rb. Noord-Holland 15 april 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:4794
- Conclusie A-G Hofstee 12 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1542
- Rb. Overijssel 14 juli 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2148
- Rb. Noord-Holland 26 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2211
- Rb. Noord-Holland 17 april 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:7655
- Rb. Noord-Holland 15 augustus 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:8164
- Rb. Noord-Holland 9 maart 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2306
- Rb. Noord-Holland 26 oktober 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:14120
- Rb. Rotterdam 17 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9630
- Rb. Rotterdam 3 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12308
- Rb. Rotterdam 3 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12307
- Rb. Rotterdam 3 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12305
- Rb. Rotterdam 3 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12297
- Rb. Overijssel 16 februari 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:600
- Rb. Overijssel 16 februari 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:599
- Rb. Overijssel 27 november 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4789
- Rb. Oost-Brabant 3 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:698
- Rb. Oost-Brabant 3 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:697