Rb. Noord-Holland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8944

FCIRS heeft vorderingen ingesteld tegen Stellantis op grond van de op 1 januari 2020 in werking getreden Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). FCIRS stelt dat de rechtsvoorganger van Stellantis, Fiat Chrysler, beleggers niet volledig en onjuist heeft geïnformeerd, voorwetenschap niet tijdig heeft gepubliceerd, zich schuldig heeft gemaakt aan marktmanipulatie en ook overigens niet voldeed aan transparantieverplichtingen en de normen uit Boek 2 Burgerlijk Wetboek (BW) voor het opmaken van de jaarrekening. Volgens FCIRS heeft Fiat Chrysler beleggers ten onrechte niet geïnformeerd over het feit dat zij manipulatiesoftware voor haar dieselmotoren ontwikkelde, over lopende onderzoeken daarnaar en over de wetenschap binnen Stellantis dat haar dieselmotoren niet aan de emissienormen voldeden. De beleggers die op de beurs van Milaan genoteerde aandelen Fiat Chrysler hebben gekocht of gehouden in de periode van 13 oktober 2014 tot en met 23 mei 2017 hebben volgens FCIRS schade geleden toen die informatie alsnog bekend werd en daardoor de kunstmatige inflatie uit de koers liep. Stellantis heeft haar aandeelhouders ongelijk behandeld, omdat de beleggers aan de NYSE wel, maar de beleggers aan de beurs in Milaan niet schadeloos zijn gesteld. FCIRS schat de schade van laatstgenoemde beleggers op een bedrag tussen € 967 miljoen en € 1,37 miljard. De rechtbank oordeelt in dit vonnis dat de WAMCA temporeel van toepassing is op de vorderingen van FCIRS. De rechtbank oordeelt verder dat FCIRS niet voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten die de WAMCA stelt. FCIRS heeft verschillende vereisten van artikel 3:305a lid 2 BW niet nageleefd en heeft de rechtbank daarover in de dagvaarding onjuist ingelicht. De rechtbank kan op basis van de stellingen van FCIRS bovendien niet concluderen dat FCIRS voldoende representatief is, zodat niet kan worden geoordeeld dat aan het waarborgvereiste is voldaan. De rechtbank ziet geen aanleiding FCIRS alsnog gelegenheid te bieden haar stellingen aan te vullen, omdat zij die gelegenheid al voldoende heeft gehad maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Omdat aan het waarborgvereiste niet is voldaan, verklaart de rechtbank FCIRS niet-ontvankelijk. De incidentele vordering van Stellantis om de procedure aan te houden totdat de Hoge Raad in de SDEJ- en SEC-procedures heeft beslist over het temporele toepassingsbereik van de WAMCA, is daarmee niet meer aan de orde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken