Art. 1018d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van rechtspleging in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Binnen drie maanden na de aantekening in het register als bedoeld in artikel 1018c, tweede lid, kan een rechtspersoon als bedoeld in artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek een collectieve vordering instellen voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen als waarop de collectieve vordering bedoeld in artikel 1018c, eerste lid, betrekking heeft, over gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen, onder vermelding van de aantekening. De collectieve vordering wordt ingesteld bij dezelfde rechtbank als waar de eerder in het register aangetekende collectieve vordering is ingesteld. Artikel 1018c, eerste lid, is van toepassing.
2. De rechter kan de in het vorige lid bedoelde termijn met maximaal drie maanden verlengen indien binnen een maand na de aantekening een rechtspersoon als bedoeld in artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek ter griffie heeft laten aantekenen dat hij een collectieve vordering wil instellen voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen als waarop de collectieve vordering bedoeld in artikel 1018c, eerste lid, betrekking heeft, onder vermelding van de aantekening in het register, maar dat de termijn van drie maanden niet volstaat.
3. Voor de toepassing van het eerste Boek worden de overeenkomstig dit artikel ingestelde collectieve vorderingen na inschrijving op de rol gezamenlijk behandeld als een zaak. De in de dagvaarding vermelde roldatum ligt vier weken na het verstrijken van de termijn op grond van het eerste en tweede lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088
- Rb. Amsterdam 27 december 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8425
- Rb. Amsterdam 22 juni 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3586
- Rb. Den Haag 20 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14036
- Rb. Amsterdam 14 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:745
- Rb. Amsterdam 17 juli 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:4264
- Rb. Amsterdam 20 december 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8330
- Rb. Amsterdam 25 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6694
- Rb. Amsterdam 30 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1541
- HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:321
- HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1534
- Rb. Amsterdam 7 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3499
- Rb. Amsterdam 30 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1542
- Conclusie A-G de Bock 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:129
- Hof Amsterdam 7 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2666
- Hof Amsterdam 13 augustus 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2245
- Conclusie A-G Snijders 6 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:224
- Conclusie A-G Snijders 18 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1074
- HR 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:388
- Rb. Amsterdam 16 augustus 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5310