Hof Amsterdam 14 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1157
Collectieve actie in verband met in Ivoorkust gestorte (afval)stoffen. 1. Rechtsmacht. De Nederlandse rechter is bevoegd ex art. 8 sub 1 Verordening Brussel I-bis. 2. Ivoriaans recht. Het Ivoriaanse recht is niet van belang voor de beoordeling van de ontvankelijkheid. 3. Gelijksoortige belangen. De betrokken belangen lenen zich voor bundeling, zodat een efficiënte en effectieve rechtsbescherming kan worden bevorderd. 4. Waarborgvereiste. Het risico bestaat dat de Stichting er niet in zal slagen te bereiken dat schadevergoeding geheel bij de werkelijke slachtoffers terechtkomt. Dit risico is tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht. Er is voldaan aan het waarborgvereiste.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:587
- HR 20 december 2019 (Urgenda), ECLI:NL:HR:2019:2006
- HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:505
- HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1049
- Hof Den Haag 18 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3586
- HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:766
- HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5756
- HR 7 mei 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0949