Hof Amsterdam 6 juni 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1305

Vervolg op het arrest HR 15 juli 2022, nr. 20/03946, ECLI:NL:HR:2022:1085. Na verwijzing kwalificeert het Hof de aandeelhouderslening van een Luxemburgse vennootschap aan belanghebbende van € 57.237.500 als een ‘onzakelijke lening’, met als gevolg dat de over die lening verschuldigde rente slechts in beperkte mate fiscaal aftrekbaar is. De resterende rente is niet aftrekbaar omdat sprake is van fraus legis (wetsontduiking). Het in aftrek toestaan van de over de aandeelhouderslening verschuldigde rente zou leiden tot een ontgaan van belastingheffing, in strijd met doel en strekking van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 als geheel. Doel en strekking van deze wet verzetten zich ertegen dat de heffing van vennootschapsbelasting wordt verijdeld, door het bij elkaar brengen van enerzijds de winst van een onderneming en anderzijds gekunsteld tot stand gebrachte rentelasten (winstdrainage), op een willekeurige en voortdurende wijze door – voor het bereiken van op zichzelf beschouwd zakelijke doelen – rechtshandelingen te bezigen die voor het bereiken van die doelen niet noodzakelijk zijn en die enkel zijn terug te voeren op het doorslaggevende motief van het bewerkstelligen van het beoogde fiscale gevolg (vgl. het arrest HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1152).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken