ABRvS 30 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2265
Bij besluit van 29 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd haar ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij tussenuitspraak van 18 juni 2021 heeft de rechtbank de behandeling van het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep geschorst. Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de staatssecretaris het besluit van 29 maart 2021 aangevuld en de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl