ABRvS 17 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4349
Uit de door de voorzieningenrechter aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 24 maart 2005 volgt, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 21 juni 2010 in zaak nr. 200906409/1/V3 (LJN: BM9328), dat de minister bij de beoordeling of van het asielrelaas positieve overtuigingskracht uitgaat, niet opnieuw en uitsluitend een in art. 31, lid 2 Vw 2000 genoemde omstandigheid kan tegenwerpen. Daaruit volgt niet dat het ontbreken van bepaalde documenten, zoals in dit geval een identiteitsdocument, alleen in het kader van art. 31, lid 2, aanhef en onder f, van de Vw 2000 aan een vreemdeling mag worden tegengeworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl