ABRvS 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3175
Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en haar ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend. De vreemdeling is geboren op [geboortedatum] 1983 en heeft de Syrische nationaliteit. Op 15 februari 2018 heeft de minister aan de vreemdeling en haar minderjarige kinderen een zogenoemde nareisvergunning verleend. In september 2019 heeft hij die vergunning ingetrokken, omdat de vreemdeling zich heeft laten uitschrijven uit de basisregistratie personen per 17 oktober 2018. Tegen deze intrekking heeft zij geen rechtsmiddelen aangewend. Nadat de vreemdeling Nederland had verlaten, is zij via Libanon naar Syrië gegaan om daar haar zieke moeder te bezoeken. In Syrië verbleef zij bij haar vader in de provincie Rif Damascus. Tijdens haar verblijf in Syrië is haar moeder overleden, is de vreemdeling bevallen en heeft zij haar been gebroken. Door deze gebeurtenissen stelt de vreemdeling langer in Syrië te zijn gebleven dan zij voor ogen had. Op 25 november 2020 is zij opnieuw naar Nederland gekomen en heeft zij asiel aangevraagd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352
- EHRM 29 april 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:0429JUD002849215
- ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:94
- ABRvS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:890
- EHRM 23 maart 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:0323JUD004361111
- EHRM 23 februari 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0223JUD002776509
- EHRM 21 januari 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0121JUD003069609
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2012:744