Rb. Den Haag 25 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9885
Inwilliging asielaanvraag Eritrea – minderjarig of meerderjarig – einduitspraak bewijswaarde leeftijdsschouw – de rechtbank heeft in een tussenuitspraak overwogen dat óók in deze procedure de schouwbevindingen, zowel de waarnemingen als de conclusies die de IND en de AVIM trekken op grond van de waarnemingen van het uiterlijk en gedragingen van de geschouwde vreemdeling, onderwerp van geschil zijn – de rechtbank heeft daarom bij de voortzetting van de zitting met partijen, deskundigen en toehoorders besproken welke bewijswaarde kan worden toegekend aan de schouw. De rechtbank stelt vast dat de schouw geen multidisciplinair onderzoek is en dat onvoldoende wordt gewaarborgd dat de schouw in een kindvriendelijke setting en op een kindvriendelijke wijze plaatsvindt – de rechtbank acht een schouwgehoor niet geschikt om het referentiekader van de vreemdeling te achterhalen en de vragen en de beoordeling van de verklaringen op het referentiekader van de vreemdeling af te stemmen – de rechtbank stelt vast dat op grond van de tijdens een schouwgehoor getoonde gedragingen en de uiterlijke kenmerken geen valide uitspraken kunnen worden gedaan over de biologische leeftijd van de gestelde minderjarige – Zowel het observeren, als het aanmerken van waarnemingen als relevant voor een leeftijdsbepaling en het interpreteren van de waarnemingen is in sterke mate afhankelijk van het persoonlijke referentiekader van de schouwer. Om op basis van observaties van gedrag en uiterlijke kenmerken een oordeel te kunnen vormen over de biologische leeftijd en de juridisch strikt afgebakende minderjarigheid, dienen de observaties gedurende een aanzienlijk langere periode plaats te vinden en in een zoveel mogelijk natuurlijke setting voor de vreemdeling waar hij, voor zover mogelijk gelet op de precaire en onzekere positie als asielzoeker, zich vrijelijk kan bewegen en uiten in een sociale groep met een vergelijkbare identiteit, bijvoorbeeld leeftijdgenoten met dezelfde gender uit hetzelfde land van herkomst. Om deze observaties vervolgens te kunnen interpreteren, is het noodzakelijk om over informatie te beschikken over de levensloop van de betreffende vreemdeling en de gedragingen die hij vertoonde voordat hij is gevlucht. De vluchtsituatie en de onzekerheid over de verblijfsaanvaarding brengen reeds mee dat ook indien geruime tijd observaties worden gedaan, deze observaties niet een beeld kunnen geven van “het gebruikelijke en normale gedrag” van de vreemdeling. Ook bij observaties die over een langere duur worden verricht, dient in ogenschouw te worden genomen dat deze gedragingen niet vergelijkbaar zijn met gedragingen van minderjarigen en jongvolwassenen die opgroeien in een samenleving met onder meer bestaanszekerheid, toegang tot educatie en gezondheidszorg en waar de veiligheid van de minderjarige en jongvolwassene is verzekerd. De rechtbank acht het schouwbeleid onredelijk en juridisch niet juist omdat onvoldoende rekening wordt gehouden met het vereiste vermoeden van minderjarigheid en het belang van het kind. Ook wordt onvoldoende onderkend dat het aannemelijk maken van een geboortedatum als onderdeel van de identiteit een element in een asielrelaas is, waarvan de beoordeling niet alleen wordt beheerst door de inspanningsplicht en samenwerkingsplicht, maar ook door de plicht om na te moeten gaan of het voordeel van de twijfel kan worden gegeven ten aanzien van dit element. Het verrichten van een schouw is niet nodig om te beoordelen of een asielaanvraag kan worden ingewilligd en is ook niet nodig om te bepalen welke (aanvullende) procedurele waarborgen moeten worden geboden. Bij een gestelde minderjarigheid moet worden uitgegaan van het vermoeden van minderjarigheid - Het COa heeft een zelfstandige taak en een eigen verantwoordelijk en die bestaan er in de kern in om “adequate opvang” te bieden zoals in de Opvangrichtlijn is bepaald. – verweerder dient een gesteld minderjarige vreemdeling als minderjarig te registreren ook bij een Eurodac-registratie als meerderjarige, behoudens eensluidende schouwresultaten die duiden op evidente meerderjarigheid, verweerder dient het COa dan wel te informeren dat de leeftijd ook inzet van het asielprocedure is – het COa dient zelf te beoordelen welke specifieke opvangbehoeften de vreemdeling heeft waarbij zelfredzaamheid een deugdelijker criterium is dan de biologische leeftijd – Alle beroepsgronden van eiser over de schouw, de Eurodac-registratie en de leeftijdsbepaling slagen – in het inwilligende besluit heeft verweerder bovendien ondubbelzinnig en zonder enig voorbehoud de verklaringen van eiser over zijn leeftijd als onderdeel van zijn identiteit geloofwaardig geacht. – beroep gegrond, de rechtbank voorziet zelf en stelt de geboortedatum van eiser vast, PKV.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 14 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9223
- Rb. Den Haag 9 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1473
- ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4199
- Rb. Den Haag 23 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7412
- Rb. Den Haag 11 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4983
- Rb. Den Haag 21 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1951
- Rb. Den Haag 16 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1821
- ABRvS 16 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3799
- ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3480
- ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3147
- EHRM 25 september 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0925JUD005052009
- EHRM, ECLI:CE:ECHR:2014:0710JUD00527009
- EHRM, ECLI:CE:ECHR:2022:0721JUDO00579717
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:487