ABRvS 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3801
Bij besluit van 5 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Deze uitspraak gaat over de leeftijdsschouwen die de AVIM en de IND uitvoeren als een asielzoeker stelt dat hij minderjarig is en daarbij geen authentieke identiteitsdocumenten ter onderbouwing van zijn leeftijd overlegt. Betrokkene heeft op 21 augustus 2021 een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Eritrese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2004. De minister heeft de asielaanvraag van betrokkene ingewilligd. Maar zij heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee dat betrokkene minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. Deze procedure gaat alleen over de leeftijd van betrokkene. Bij aankomst in Nederland is betrokkene geschouwd. Eerst door twee medewerkers van de AVIM, tien dagen later door een medewerker van de IND. De conclusie van de schouw van de AVIM is dat ’unaniem […] geconcludeerd kan worden dat [betrokkene] evident meerderjarig is.’ De conclusie van de schouw van de IND is dat ’geconcludeerd kan worden dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd.’ Omdat de conclusies uit de schouwen van elkaar afwijken, heeft de minister geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en heeft zij daar nader onderzoek naar gedaan. Daaruit is gebleken dat betrokkene in Italië staat geregistreerd met de geboortedatum [geboortedatum] 1998. De minister is vervolgens van die datum uitgegaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl