Rb. Den Haag 1 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6208
Bewaring – onderzoeksplicht verweerder/zorgvuldige voorbereiding IBS/moment van opvragen uittreksel justitiële documentatie & moment van vragen toestemming uitzetting/overdracht aan het OM/ lichter middel/detentiegeschiktheid/verslavingsproblematiek. Indien het Openbaar Ministerie bezwaar heeft tegen de uitzetting of overdracht, kan deze uitzetting of overdracht niet worden geëffectueerd. De maatregel van bewaring dient echter, bij wijze van ultimum remedium, om de uitzetting of overdracht te bewerkstelligen. De toestemming regardeert dus de rechtmatigheid van de oplegging van de maatregel en moet daarom voorafgaand aan oplegging van de maatregel worden verkregen - de rechtbank is bekend met de jurisprudentie van de Afdeling over het moment waarop toestemming aan het OM moet worden gevraagd, maar de rechtbank volgt deze jurisprudentie niet - de jurisprudentielijn van de Afdeling gaat, voor zover de rechtbank kan nagaan, terug tot 2003 en de motivering voor het moment waarop verweerder in het bewaringstraject het Openbaar Ministerie moet vragen of er bezwaar bestaat tegen een mogelijke uitzetting of overdracht behelst in feite niet meer dan de vaststelling “dat dit het beleid is”. Verweerder geeft ter zitting steevast als motivering voor de handhaving van dit beleid het argument “omdat de Afdeling dit beleid toestaat”. De rechtbank acht deze motivering ontoereikend - De rechtbank concludeert dat indien er indicaties zijn voor strafrechtelijke antecedenten, verweerder voorafgaand aan oplegging van de bewaringsmaatregel een uittreksel uit de justitiële documentatie moet raadplegen en, indien een situatie als bedoeld paragraaf A3/6.3, aanhef en onder c, van de Vc 2000 aan de orde is, voorafgaand aan oplegging van de bewaringsmaatregel het Openbaar Ministerie moet vragen of bezwaar bestaat tegen een mogelijke uitzetting of overdracht en enkel indien een uitdrukkelijk akkoord wordt ontvangen, over kan gaan tot oplegging van de maatregel. Indien dit alles niet kan plaatsvinden in de daartoe maximaal gestelde termijn, dient verweerder dit kenbaar in de maatregel te motiveren, zodat de bewaringsrechter dit kan betrekken bij de beoordeling of de maatregel rechtmatig is opgelegd. – verweerder heeft ook onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd waarom, gelet op de gedragingen van eiseres en haar verslavingsproblematiek, de oplegging van de maatregel niet onevenredig bezwarend is. - De beoordeling of iemand detentiegeschikt is, is niet gelijkluidend aan de beoordeling of oplegging van de maatregel onevenredig bezwarend is – beroep gegrond zodat het verzoek om schadevergoeding dat enkel ter toetsing voorligt wordt toegewezen – sv & pkv.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 26 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6068
- ABRvS 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1504
- ABRvS 19 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:229
- ABRvS 16 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:117
- ABRvS 4 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:18
- ABRvS 20 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3820
- ABRvS 20 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3821
- ABRvS 20 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3822
- Rb. Den Haag 14 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11952
- Rb. Den Haag 1 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11306
- Rb. Den Haag 25 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11068
- Rb. Den Haag 22 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5970
- ABRvS 12 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:293
- ABRvS 8 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5037
- ABRvS 8 oktober 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN8419