Rb. Den Haag 25 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11068
Bewaring/toestemming OM voor uitzetting – eiser is ter fine van uitzetting in bewaring gesteld – indien voorafgaand aan oplegging van de maatregel blijkt dat het Openbaar Ministerie bezwaar maakt tegen de uitzetting kan de maatregel niet worden opgelegd – het al dan niet verkrijgen van toestemming voor de feitelijke uitzetting regardeert dus rechtstreeks de rechtmatigheid van de oplegging en voortduring van de maatregel - aan de maatregel die ter toetsing voorligt, ligt een drangbeschikking ten grondslag waarin is vermeld dat eiser veelvuldig en gedurende geruime tijd met justitie in aanraking is gekomen – in de motivering van maatregel is vermeld dat eiser 73 registraties heeft in de politiesystemen en eiser is met een dagvaarding heengezonden en aansluitend overgenomen door de vreemdelingenketen – verweerder diende gelet op deze omstandigheden voorafgaand aan oplegging van de maatregel een actueel uittreksel uit de justitiële documentatie op te vragen omdat dan aanstonds duidelijk zou zijn geworden dat het OM om toestemming voor de uitzetting had moeten worden gevraagd – de brief waarin toestemming wordt gevraagd bevat onvoldoende waarborgen omdat bij het uitblijven van een reactie van de OvJ niet kan worden vastgesteld dat de brief daadwerkelijk is gelezen en er daadwerkelijk een beslissing door de zaaksofficier is genomen – op verweerder rust een vergelijkbare onderzoeksplicht als wanneer uit raadpleging van de registers aanknopingspunten blijken voor de toepasselijkheid van de Dublinverordening – verweerder heeft de maatregel onvoldoende zorgvuldig voorbereid, dit maakt de maatregel van aanvang af onrechtmatig - beroep gegrond, onmiddellijke opheffing & onmiddellijke invrijheidstelling & schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl