Conclusie A-G Sinnige 13 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:63
Conclusie AG. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 (oud) Sr. Eerste middel klaagt dat wetshistorie Wet seksuele misdrijven blijk geeft van verandering van inzicht van wetgever (als bedoeld in art. 1 lid 2 Sr) ten aanzien van strafwaardigheid van onverhoedse gedragingen. Middel faalt nu geen sprake is van gewijzigd inzicht omtrent strafwaardigheid ten gunste van de verdachte. Tweede middel bevat klacht dat hof niet kon volstaan met verwijzing naar rechtsgrond ‘aantasting in de persoon’ uit art. 6:106, aanhef en onder b, BW omdat uit motivering niet blijkt op welke vastgestelde omstandigheden hof toewijzing heeft gebaseerd en of sprake is van daadwerkelijk geestelijk letsel. Ook dit middel faalt. Conclusie strekt tot verwerping beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 2 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:509
- Rb. Rotterdam 5 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5592
- HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958
- Rb. Amsterdam 10 februari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:561
- HR 29 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:1024
- HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:842
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- Rb. Midden-Nederland 17 mei 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2212
- HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376
- HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6878