HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:842

Verkrachting (meermalen gepleegd) door sportmasseur tijdens massagebijeenkomst, art. 242 Sr. Is sprake van ‘dwang’ tot ondergaan van handelingen die mede bestaan uit seksueel binnendringen van lichaam van aangeefster, nu deze toen niet kenbaar heeft gemaakt dat zij door verdachte verrichte handelingen niet wilde? Hof heeft vastgesteld dat verdachte, die werkzaam is als sportmasseur, in zijn behandelpraktijk tijdens 2 massages zijn handen ‘geleidelijk en onverhoeds’ (in betekenis van onverwacht) heeft verplaatst naar liezen van aangeefster en zijn vingers in haar vagina heeft gebracht. ’s Hofs oordeel dat aangeefster zo werd gedwongen tot dulden van deze handelingen, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat van ‘dwang’ (in de zin van het in art. 242 Sr bedoelde dwingen) sprake kan zijn als betrokkene zich door het onverhoedse van handelen van verdachte daartegen niet heeft kunnen verzetten. Gelet hierop leidt omstandigheid dat aangeefster op het moment dat deze onverhoedse handelingen plaatsvonden niet onmiddellijk kenbaar maakte dat zij die door verdachte gepleegde handelingen niet wilde, niet tot andere uitkomst. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen