Rb. Midden-Nederland 17 mei 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2212
De verdachte heeft zich binnen een periode van één maand schuldig gemaakt aan aanranding van meerdere vrouwen. Hij heeft telkens, terwijl hij op zijn scooter voorbijreed deze vrouwen, die op hun fiets reden, onverwacht in hun bil geknepen, althans hun bil vastgepakt. De rechtbank rekent de verdachte de ernst van de feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers, zoals hiervoor beschreven, zwaar aan. Hiervan moet de verdachte de consequenties voelen; afdoening van deze zaak zonder oplegging van een straf – zoals door de verdediging bepleit - is naar het oordeel van de rechtbank daarom niet aan de orde. Gelet op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, waaruit blijkt dat het recidiverisico laag is alsmede op de eis van de officier van justitie, ziet de rechtbank aanleiding om een proeftijd voor de duur van 1 jaar op te leggen. Gelet op wat doorgaans voor dit soort feiten wordt opgelegd en op de omstandigheden van deze zaak is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 60 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk en een proeftijd van 1 jaar, passend en geboden is.
De uitspraak op rechtspraak.nl