Conclusie A-G van Kempen 24 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:714

Conclusie AG. In vereniging plegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311 Sr). Post-Keskin. Hof heeft aan afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen verbalisanten als getuigen ten grondslag gelegd dat verdediging ongemotiveerd is teruggekomen op een eerder door haar ingenomen standpunt dat er geen onderzoekswensen waren. A-G beantwoordt a.d.h.v. rechtspraak EHRM en Hoge Raad de vragen (i) of, en zo ja, onder welke voorwaarden de verdediging het recht om een Keskin-getuige te ondervragen door onbewuste passiviteit op basis van rechtsverwerking kan verliezen, (ii) of de verdediging impliciet afstand kan doen van het recht om een Keskin-getuige te ondervragen en, zo ja, onder welke voorwaarden, (iii) of een eerst tijdens het pleidooi gedaan verzoek om een Keskin-getuige te ondervragen, mag worden geweigerd op de formele grond dat onvoldoende is gemotiveerd waarom terug wordt gekomen op een impliciet gedane afstand van recht en (iv) of als op rechtsgeldige wijze afstand is gedaan van het ondervragingsrecht de rechter desondanks nog gehouden is te beoordelen of de procedure als geheel eerlijk is verlopen. Ambtshalve: overschrijding redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken