Conclusie A-G van Kempen 4 november 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1190
Conclusie AG. Afstand rechtsmiddel ter terechtzitting politierechter, art. 381 Sv. Rechtsgeldige afstand door niet van rechtsbijstand voorziene verdachte? De AG komt, mede gelet op de wetsgeschiedenis, literatuur, toekomstig recht en de rechtspraak van de HR en het EHRM (“waiver”), tot de slotsom dat i.c. van een rechtsgeldige afstand sprake is. Volgens AG kan van bijz. omstandigheden a.b.i. ECLI:NL:HR:2001:AB2060, NJ 2001/695 ook sprake zijn wanneer in dusdanige verwarring afstand is gedaan dat bewustheid van de afstand niet kan worden verondersteld. AG merkt op dat men er in de praktijk als (minimale) waarborg voor een rechtsgeldige afstand toe zou moeten overgaan om de verdachte er bij de afstandsvraag op te wijzen dat hij niet op zijn beslissing kan terugkomen. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1555
- HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:81
- HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2401
- HR 24 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:958
- HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6742
- HR 15 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8555
- HR 17 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6775
- HR 12 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2060
- HR 19 mei 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1045
- HR 20 september 1982, ECLI:NL:HR:1982:AC7716
- HR 23 november 1976, ECLI:NL:HR:1976:AC5817
- HR 10 januari 1950, ECLI:NL:HR:1950:55
- HR 27 augustus 1943, ECLI:NL:HR:1943:171