HR 17 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6775
Het doen van afstand van het recht in appèl te gaan tegen een vs houdt in dat, naar bekend mag worden verondersteld, de zaak en het vs van de eerste rechter niet alsnog aan het oordeel van een hogere rechter zullen worden onderworpen, hetgeen meebrengt dat het vs onherroepelijk wordt en niet meer kan worden aangetast. Dit is slechts anders indien bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot het oordeel dat de gedane afstand niet kan gelden als afstand ex art. 381.1 Sv (HR NJ 2001, 695). Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien aannemelijk is dat verdachte verschoonbaar heeft gedwaald omtrent de inhoud van het vs of de betekenis van zijn verklaring. ’s Hofs oordeel dat de enkele omstandigheid dat verdachte niet wist dat de veroordeling van de politierechter zou worden vermeld op zijn strafblad geen aanleiding geeft tot het oordeel dat de gedane afstand niet kan gelden als afstand ex art. 381.1 Sv, is onjuist noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl