HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2401

Afstand van het recht om in h.b. te gaan. Het p-v van de zitting van de Pr houdt in dat verdachte na de uitspraak heeft gezegd: “nee, ik vind het wel goed zo”. CAG: raadsman heeft bepleit dat verdachte niet ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van de bevoegdheid tot het instellen van h.b. Hof heeft juistheid van dit standpunt onderzocht en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan. HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen