Conclusie A-G Hofstee 26 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:809
Conclusie AG. Het middel klaagt dat de verdachte niet ex art. 311, vierde lid, Sv het recht zou zijn gelaten om het laatst te spreken. De raadsheer heeft de verdachte in de gelegenheid gesteld van zijn recht op het laatste woord gebruik te maken. Toen de verdachte bepaalde beweringen bleef herhalen, heeft de raadsheer hem andermaal tot stilte gemaand en hem, toen de verdachte daaraan geen gehoor gaf, bevolen de zittingszaal te verlaten. Volgens de AG is daarmee niet aan de strekking van art. 311, vierde lid, Sv tekortgedaan. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:79
- Conclusie A-G Bleichrodt 18 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1376
- HR 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:972
- Conclusie A-G Spronken 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:378
- HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3266
- Conclusie A-G Hofstee 15 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2243
- HR 12 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1239
- Conclusie A-G Spronken Standpunt 3 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:296
- HR 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:911
- HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:364
- HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9897
- HR 20 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD1069
- HR 10 januari 1950, ECLI:NL:HR:1950:45