HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:79

Tussenarrest. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) en samen met anderen zonder vereiste registratie werkzaam zijn als geldtransactiekantoor, meermalen gepleegd (art. 3 Wet inzake de geldtransactiekantoren). Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit p-v’s ttz. in h.b. en gedingstukken blijkt dat (a) ttz. van 23-05-2016 verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken en onderzoek is onderbroken tot tz. van 24-05-2016 waar formele sluiting zou plaatsvinden, (b) ttz. van 24-05-2016 onderzoek is hervat in de stand waarin het zich op tijdstip van onderbreking op 23-05-2016 bevond, (c) raadsman aldaar een beroep heeft gedaan op nietigheid van dagvaarding m.b.t. feit 3 en AG heeft geconcludeerd tot verwerping van dat verweer, waarna onderzoek is gesloten, (d) Hof bij eindarrest het gevoerde verweer heeft gehonoreerd en dagvaarding m.b.t. feit 3 nietig heeft verklaard en (e) cassatieberoep niet is gericht tegen die (gedeeltelijke) nietigverklaring van dagvaarding. Onder die omstandigheden heeft verdachte geen in rechte te respecteren belang bij zijn klacht, ook al blijkt uit p-v niet dat hem ttz. van 24-05-2016 het recht is gelaten het laatst te spreken. Volgt verwijzing naar rolzitting teneinde AG in gelegenheid te stellen zich uit te laten over overige middelen. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen