Conclusie A-G Spronken 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:378
Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat hetgeen verdachte verder wilde aanvoeren slechts nodeloze herhalingen zou bevatten van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest. Op welke f&o die veronderstelling is gebaseerd blijkt niet uit het p-v van de tz. in h.b., terwijl daaruit evenmin blijkt dat verdachte na de onderbreking door de voorzitter nog in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1239
- Conclusie A-G Spronken Standpunt 3 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:296
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496
- HR 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:911
- HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9897
- HR 12 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3773
- HR 14 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP4134
- HR 9 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3318
- HR 7 april 1987, ECLI:NL:HR:1987:AB9736
- HR 23 maart 1982, ECLI:NL:HR:1982:AC7569