HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9897
Voorzittersbeslissing. Art. 124 Sv. Blijkens de gang van zaken is de raadsman van verdachte ttz. het woord ontnomen – nadat de voorzitter hem enige malen had gemaand zich te onthouden van ongepaste uitlatingen over de RM dan wel het OM – op de grond dat hij "door zich bij herhaling op die wijze uit te laten de orde ter zitting verstoort". Het betreft hier een beslissing van de voorzitter ten behoeve van de handhaving van de orde op de terechtzitting. Dat is een handeling waartegen geen beroep in cassatie openstaat (vgl. HR NJ 2001, 658), zodat het cassatieberoep in zoverre niet-ontvankelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl