Conclusie A-G Keulen 30 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:537
Conclusie AG. Als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140 Sr) en verschillende andere misdrijven. No Surrender. De middelen 1 t/m 5 bevatten klachten tegen afwijzingen van verzoeken tot het horen van getuigen. De middelen 6 t/m 10 betreffen bewijsklachten. De middelen 11 en 12 bevatten klachten over schendingen van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/01861
Zitting 30 mei 2023
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte
1 De verdachte is bij arrest van 16 mei 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens 1 primair ‘afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’, 2 primair ‘poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’, 3 primair ‘poging tot afpersing’, 4 primair A en 4 B ‘de voortgezette handeling van medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst’, 5 primair ‘afpersing’, 6 ‘mishandeling gepleegd met voorbedachten rade’, 7 A en 7 B ‘medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’, 8 ‘mishandeling gepleegd met voorbedachten rade’, 9 subsidiair ‘medeplegen van mishandeling gepleegd met voorbedachten rade’, 10 primair A en B ‘diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, en poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’, 11 primair ‘diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’ en 12 ‘als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’ veroordeeld tot 102 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Het hof heeft voorts de vordering van een benadeelde partij toegewezen en twee schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.
2 Er bestaat samenhang met de zaak 22/01795. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, hebben twaalf middelen van cassatie voorgesteld.
4 De eerste vijf middelen komen op tegen afwijzingen van verzoeken tot het horen van getuigen. De middelen zes tot en met tien betreffen (onder meer) de bewijsvoering van enkele feiten. Het elfde en twaalfde middel bevatten klachten over schendingen van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn. De eerste tien middelen betreffen beslissingen inzake de feiten 3, 5, 6, 8, 10, 11 en 12. Voor een goed begrip geef ik, alvorens deze middelen te bespreken, eerst de bewezenverklaring en (delen van) de bewijsvoering weer en citeer ik delen van (andere) processtukken.
Bewezenverklaring en bewijsvoering
5 Ten laste van de verdachte is onder meer bewezenverklaard dat:
‘Feit 3 (Akepa zaak 3.7)
Primair
hij in februari 2015 te Emmen en/of elders in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] , in verband met een zakelijk conflict/geschil of een lopend faillissement, te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of het doen van (een) betaling(en) aan [betrokkene 102] ,
- zich jegens die [slachtoffer 1] heeft gepresenteerd als de leider/lid van No Surrender en gebruikmakend van de (beruchte) reputatie van No Surrender en als optredend voor [betrokkene 102] met een incasso en
- die [slachtoffer 1] meermalen telefonisch heeft benaderd en heeft geëist dat die [slachtoffer 1] over een zakelijk geschil met die [betrokkene 102] tot overeenstemming diende te komen, en
- telefonisch op 5 februari 2015 dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat als er geen regeling komt met die [betrokkene 102] dat verdachte wel gevangenisstraf voor die [slachtoffer 1] wil uitzitten en dat verdachte die [slachtoffer 1] zal achtervolgen tot in het graf, en
- die [slachtoffer 1] intimiderende en beledigende en bedreigende woorden heeft toegevoegd, te weten:
- “Ik ga rustig voor jou drie maand weg of nou een jaar of wat dan ook. Ga met deze meneer netjes doen joh, idioot”, en
- “Je bent gewoon een schoft geweest, jongen, flikker. Je bent een kankerflikker”, en
- “Als je dat niet netjes oplost met [betrokkene 102] dan ga ik je volgen tot in het graf. Echt waar”, en
- “Ik laat niet los. Ik ben geen pipo de clown. Je bent een kankeroplichter”, en
- “Je hebt de verkeerde man getroffen op dat gebied. Ik laat niet los”, en
- “Dan ben je nu toch vieze dikke tyfuslijders allemaal of niet. Luister deze man ga je niet voor dit geld in de schuld zetten, dat ga je niet doen”, en
- “Je bent gewoon een dikke flapdrol”, en
- zodoende die [slachtoffer 1] (steeds meer) onder druk gezet om (snel) tot (financiële) overeenstemming te komen met [betrokkene 102] en toe te zeggen om die [betrokkene 102] (conform diens eisen) te gaan betalen, en
- aldus zich te presenteren als de leider/een lid van No Surrender en gebruik te maken van de (beruchte) reputatie van No Surrender en door de agressieve of intimiderende en beledigende manier van spreken en optreden en houding van verdachte jegens die [slachtoffer 1] bij die [slachtoffer 1] de vrees heeft opgewekt dat verdachte geweld zou gaan toepassen en/of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte zou worden voldaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.
(…)
Feit 5 (zaak 3.43)
Primair
hij op 7 januari 2017 te Emmen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld een persoon, te weten [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van een hesje of jack, geheel toebehorende aan die persoon, welk geweld hierin bestond dat verdachte die persoon meermalen heeft gestompt en/of geslagen.
Feit 6 (zaak 3.12)
hij op 1 november 2016 te Emmen, met voorbedachten rade, meermalen [slachtoffer 3] heeft gestompt en/of geslagen.
(…)
Feit 8 (zaak 3.46)
hij op 15 oktober 2015, te Emmen, met voorbedachte raad, [slachtoffer 4] heeft gestompt en/of geslagen.
(…)
Feit 10 (zaak 3.3)
Primair
A)
hij op 8 mei 2014 te Emmen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een horloge en een hesje, toebehorende aan [betrokkene 8] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [betrokkene 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen [betrokkene 8] meermalen heeft gestompt en/of geslagen,
EN
B)
hij op 8 mei 2014 te Emmen, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [betrokkene 8] te dwingen tot de afgifte van 5000 euro, toebehorende aan die [betrokkene 8] ,
- die [betrokkene 8] meermalen heeft gestompt en/of geslagen en
- tegen die [betrokkene 8] gezegd: “Dit wordt je ergste nachtmerrie als je niet betaalt” en “Je gaat er aan als je woensdag niet betaalt” en
- aldus door de agressieve of intimiderende houding en/of wijze van optreden van verdachte en zijn medeverdachten jegens die [betrokkene 8] bij die [betrokkene 8] de vrees heeft opgewekt dat verdachte (ernstiger) geweld zou gaan toepassen of door anderen zou doen/laten toepassen indien niet aan de eisen van verdachte en/of zijn medeverdachten zou worden voldaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Feit 11 (zaak 3.2)
Primair
hij op 21 april 2014 te Emmen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een No Surrender hesje met daarin een huurautosleutel, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn medeverdachte, welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, die [betrokkene 16] meermalen heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt.
Feit 12 (onderzoek Harka)
hij in de periode van 1 februari 2014 tot 1 februari 2018, in Nederland, als leider en/of bestuurder, heeft deelgenomen aan een organisatie (No Surrender MC), bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten: verdachte en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- diefstal al dan niet voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door (bedreiging met) geweld, en
- afpersing, en
- dwang, en
- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, en
- zware mishandeling en/of mishandeling zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend en/of mishandeling, (elk) al dan niet met voorbedachte rade gepleegd, (zijnde misdrijven die in verband stonden met zogenaamde ‘bad standings’ en/of sancties van No Surrender MC,) en
- het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs, althans (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en
- het bereiden, bewerken en/of verwerken en/of het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van harddrugs, althans (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en
- het telen van hennep, althans (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, en
- het aanwezig hebben van soft- en/of harddrugs, althans (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of II.’
6 Het hof heeft in het bestreden arrest onder meer de volgende overwegingen opgenomen (met weglating van voetnoten):
‘Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Verdachte wordt ervan verdacht dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (pogingen tot) afpersingen dan wel bedreigingen of het strafrechtelijk dwingen, mishandelingen, diefstallen met geweld en valsheid in geschrifte. Daarnaast staat verdachte terecht voor de verdenking dat hij leiding heeft gegeven aan een criminele organisatie, No Surrender MC.
Verdachte heeft in eerste aanleg en in hoger beroep alle hem ten laste gelegde feiten ontkend.
Standpunt verdediging
De raadslieden hebben voor alle feiten vrijspraak van verdachte bepleit. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
(…)
Ten aanzien van de feiten 2 en 3 is door de raadslieden subsidiair bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hij ten aanzien van deze feiten vrijwillig is teruggetreden.
Omtrent feit 5 hebben de raadslieden subsidiair betoogd dat het bestanddeel voorbedachten rade niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en voorts dat het causaal verband ontbreekt tussen de afgifte van clubattributen en de vermeende geweldshandelingen. Van diefstal met geweld kan volgens de verdediging bovendien geen sprake zijn, nu het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt.
Wat de feiten 6 en 8 betreft heeft de verdediging subsidiair bepleit dat geen sprake was van mishandeling met voorbedachten rade.
Ten aanzien van feit 12 stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van een organisatie met het plegen van misdrijven als oogmerk en dat verdachte niet kan worden aangemerkt als ‘deelnemer’ in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) of als leider als bedoeld in artikel 140, derde lid, Sr.
(…)
Oordeel van het hof
Aan de hand van de in de bijlage bij dit arrest opgenomen bewijsmiddelen, bevattende onder meer redengevende feiten en omstandigheden, zet het hof zijn overwegingen uiteen. Het hof stelt op grond van deze bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting per feit het volgende vast.
(…)
Feit 3: poging tot afpersing van [slachtoffer 1] (Akepa zaak 3.7)
Conflict [betrokkene 102] en [slachtoffer 1]
Eind 2014 gaat het bedrijf [A] failliet. Bij dit bedrijf maakt [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) deel uit van het dagelijks bestuur. Door dit faillissement verliest [betrokkene 102] een bedrag van € 200.000,-.
Introductie verdachte bij [betrokkene 102] door verdachte
[betrokkene 102] weet dat [betrokkene 93] omgaat met verdachte. [betrokkene 102] komt met [betrokkene 93] te spreken over het faillissement van [A] en [betrokkene 93] vertelt [betrokkene 102] dat hij wel iemand weet om dat te regelen: verdachte. [betrokkene 102] meent dat [slachtoffer 1] hem € 200.000,- verschuldigd is. [betrokkene 102] en [slachtoffer 1] komen in het geschil daarover niet tot een oplossing.
Bij een afspraak in het Mercure hotel in Zwolle op 21 januari 2015 zien [betrokkene 93] en [betrokkene 102] elkaar. Even later schuift verdachte aan bij dit gesprek. Het gesprek tussen [betrokkene 93] , [betrokkene 102] en later verdachte is opgenomen en een uitwerking daarvan bevindt zich in het dossier. Voordat verdachte arriveert vertelt [betrokkene 93] [betrokkene 102] over hem. [betrokkene 93] beschrijft verdachte als een “grote kerel met een hesje” en als “de teamleider van No Surrender”. Wanneer verdachte aanschuift introduceert [betrokkene 93] [betrokkene 102] bij hem. [betrokkene 102] weet wat verdachte nu voor [betrokkene 93] “aan het oplossen” is, vertelt [betrokkene 93] . [betrokkene 93] vertelt verdachte ook dat [betrokkene 102] een soortgelijk verhaal heeft. [betrokkene 102] vertelt dat hij voor 2,5 ton “genaaid” is en de volgende dag met [slachtoffer 1] gaat lunchen. Verdachte reageert: “Luister, het zal wel leuk wezen als je ergens wat afspreekt en dat ik dan zo binnenstrompel, dat ik jou eventueel een knuffel geef.” Ook zegt hij: “En dan denkt die man van... snap je wat ik bedoel? Dat is meestal genoeg.” [betrokkene 102] kan bijna niet geloven dat het zo gemakkelijk zal gaan. Verdachte voegt nog toe: “Maar ik wou daar zo toevallig binnen komen, en jou even een knuffel geven, even naar binnen gaan, even zitten, een klein lunchje nemen en dan weer weg. (....) even een collega meenemen.”, waarop [betrokkene 102] zegt dat hij dat “wel even in scène kan zetten”. Verdachte stelt voor dat [betrokkene 102] in het gesprek met [slachtoffer 1] tegen hem zegt: “lk was gisteren met [betrokkene 93] aan het lunchen en toen kwamen twee man van de motorclub binnen zetten, dat zijn vrienden van [betrokkene 93] ja. Oh. [betrokkene 104] , kent die jongen, moet je zeggen, dat is [verdachte] kun je ook even zeggen. (...) oh wat een buffel (...) maar ja die doet in incasso’s dus [betrokkene 93] zei direct: Schuif even aan. Moet je zeggen, ja ik heb hem niet gevraagd hoor”. Verdachte wil wel “een paar centen” ontvangen als het lukt om het geld te krijgen, want: “ik bedoel mijn naam is zeer gevoelig, maar ook zeer respectvol, heleboel mensen hebben respect voor mensen zoals ik ben”. [betrokkene 93] voegt nog toe dat het meer indruk maakt wanneer verdachte iets tegen [slachtoffer 1] zegt, dan wanneer [betrokkene 93] dat zelf doet. Ook kost verdachte minder dan een advocaat, aldus [betrokkene 93] . Ook zegt verdachte tegen [betrokkene 102] dat hij kan zeggen dat er van die buffels “van de motorclub, die beruchte motorclub, die No Surrender” binnenkwamen en dat [betrokkene 102] zich de pleuris schrok. [betrokkene 102] brengt vervolgens ter sprake dat hij [betrokkene 98] (het hof begrijpt: [betrokkene 98] ) heeft gesproken, dat [betrokkene 98] tegen hem heeft gezegd dat hij gebeld was door [verdachte] en dat het zweet hem aan alle kanten uitbrak. [betrokkene 102] zegt vervolgens “nou dat werkt wel. Alleen maar gebeld zegt ie. Ja schitterend.” Waarop verdachte zegt: “dat is mooi”.
Op een later moment in 2015 heeft [betrokkene 102] telefonisch contact met verdachte en een afspraak gemaakt bij Van der Valk in Emmen. [betrokkene 102] en verdachte hebben toen afgesproken dat verdachte [slachtoffer 1] zal bellen in verband met het bedrag van € 200.000,- dat [slachtoffer 1] [betrokkene 102] verschuldigd zou zijn.
Telefoontjes [verdachte] naar [slachtoffer 1]
Op 5 februari 2015 belt verdachte [slachtoffer 1] . Verdachte steekt van wal over dat [slachtoffer 1] nog geld heeft van [betrokkene 102] . Wanneer [slachtoffer 1] vraagt met wie hij spreekt, zegt verdachte: “Wie ik ben? (...) Dat wet oe toch? De brommerclub, de brommerclub toch. (...) Luister [slachtoffer 1] . Doe niet alsof je achterlijk bent of wat dan ook. (...) Ik ken jou beter als jij denkt dat ik euh dat jij denkt”. Het gesprek eindigt in een monoloog van verdachte waarin hij [slachtoffer 1] meermalen uitscheldt en tegen [slachtoffer 1] zegt: “je mag ook direct aangifte gaan doen bij wie dan ook. Ik ga rustig voor jou drie maand weg of nou een jaar of wat dan ook. (...) Maar luister, ik krijg van meneer (...) [betrokkene 102] zo bericht of jij dat netjes oplost of niet. Zo simpel is het. Doe je dat niet? Ik zal jou vertellen, en dat mag je best tegen de politie zeggen, ik ga jou volgen tot in het graf. Echt waar. (...) Maar ik zal je vertellen vriend, de verkeerde man getroffen op dat gebied. Ik laat niet los. (...) Ik laat niet los. (...) Kijk maar wat je er mee doet, ik hoor wel van hem hoe dat gaat worden, ja?”.
Een kleine tien minuten na dit gesprek belt verdachte [slachtoffer 1] opnieuw en zegt weer meerdere keren dat hij niet los zal laten. Hij draagt [slachtoffer 1] op: “jij gaat het gewoon regelen met [betrokkene 102] ”. Verdachte sluit het gesprek af met: “Maar ik zal je vertellen ik heb deze opdracht gekregen en ik ga deze opdracht gewoon afmaken. Zo simpel is het, ja? Je mag erbij halen wie je erbij halen wil. Je mag doen wat je doet, je mag aangifte doen wat je ook doet, ook de politie luistert mee, dat weet ik gewoon. Iedereen mag mee doen die mee wil doen. Maar ik zal je vertellen: ik laat dit niet rusten. Dat meen ik echt. Ik laat dit niet rusten”.
Wanneer verdachte [slachtoffer 1] diezelfde dag in de avond voor de derde keer belt, zegt [slachtoffer 1] : “Ik ga er nou melding maken van dat ik aangifte ga doen van bedreiging”, waarop hij wordt uitgescholden door verdachte.
Angst bij [slachtoffer 1]
[betrokkene 102] verklaart dat hij is gebeld door [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] zei tegen [betrokkene 102] dat hij was gebeld door verdachte en dat verdachte hem had bedreigd.
[slachtoffer 1] wil zelf niet met de politie over het conflict met [betrokkene 102] praten, omdat hij niet “in de molen” wil terechtkomen, omdat zijn gegevens dan op straat komen te liggen. Toen het conflict speelde, is hij wel naar de politie gegaan om een melding te maken. Hij wilde een melding maken zodat als er wat zou gebeuren met zijn vrouw of kind, de politie wist wat er speelde. Hij wil niet meewerken om alsnog een verklaring op papier te zetten, omdat hij voor zichzelf kiest. Als hij geen vrouw en kind had gehad, zou hij gelijk meegegaan zijn naar het bureau om een verklaring af te leggen, aldus [slachtoffer 1] .
Conclusie t.a.v. feit 3
Het hof acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot afpersing.
Ook bij dit feit verwijst verdachte in zijn contacten met [slachtoffer 1] doelbewust naar No Surrender. Uit het opgenomen gesprek bij het Mercure hotel in Zwolle op 21 januari 2015 leidt het hof af dat verdachte zich bewust was van het feit dat het lidmaatschap van No Surrender indrukwekkend en afschrikwekkend is en daarmee een nuttig instrument om iemand onder druk te zetten om te betalen. Verdachte zegt immers dat het binnenvallen van verdachte bij de afspraak tussen [betrokkene 102] en [slachtoffer 1] en het geven van een knuffel aan [betrokkene 102] “meestal genoeg is”, omdat er in de ogen van [slachtoffer 1] “van die buffels” binnen kwamen, van de “beruchte motorclub No Surrender”. Ook laat verdachte [slachtoffer 1] onder meer op een intimiderende manier weten dat hij een jaar voor [slachtoffer 1] weg gaat en dat hij niet los zal laten. Verdachte heeft [slachtoffer 1] laten vrezen voor gebruik van geweld tegen hem en/of zijn gezin als hij het geschil met [betrokkene 102] niet zou ‘oplossen’ door hem te betalen en zo te doen wat verdachte en [betrokkene 102] wilden. Verdachte was zich blijkens het OVC-gesprek van 21 januari 2015 ervan bewust dat het noemen van zijn naam en een verwijzing naar No Surrender voldoende is om een conflict op te lossen. Naast de inhoud van de uitlatingen van verdachte heeft volgens het hof ook de hoeveelheid van telefoontjes naar [slachtoffer 1] bijgedragen aan het bedreigende karakter van het contact dat verdachte met [slachtoffer 1] zocht en onderhield. In dit contact met [slachtoffer 1] liet verdachte zich dwingend en bedreigend uit. Dat bij [slachtoffer 1] daadwerkelijk de vrees is ontstaan dat verdachte ook geweld zou gaan toepassen ten aanzien van hem of zijn gezin, blijkt naar het oordeel van het hof ook uit het feit dat [slachtoffer 1] geen verklaring wenst af te leggen bij de politie omdat hij naar eigen zeggen voor zichzelf kiest en een vrouw en kind heeft. Op de vrees voor het gebruik van geweld bij [slachtoffer 1] was de opzet van [betrokkene 93] en verdachte blijkens het OVC-gesprek van 21 januari 2015 ook gericht. Doordat [slachtoffer 1] niet heeft betaald, is de afpersing niet voltooid en is het bij een poging daartoe gebleven.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte dit feit in vereniging heeft gepleegd, zodat voor dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspraak volgt.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 primair ten laste gelegde.
(…)
Feit 5: Afpersing van [slachtoffer 2] (Akepa zaak 3.43)
Toepassing geweld en gedwongen afgifte No Surrender hesje
Op 29 maart 2014 start het opsporingsonderzoek Akepa naar leden van het No Surrender chapter Emmen. In het clubhuis in Emmen wordt onder andere op 7 januari 2017 vertrouwelijke communicatie (OVC) opgenomen. In de memberroom van No Surrender in Emmen wordt die dag [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) aangesproken op zijn gedrag. [slachtoffer 2] is de president van de Duitse chapter van No Surrender en had zich misdragen in Denemarken, aldus verdachte. Door middel van stemherkenning wordt vastgesteld dat, naast [slachtoffer 2] , verdachte, [betrokkene 3] en [betrokkene 36] aanwezig zijn in de memberroom.
[slachtoffer 2] heeft zelf ook verklaard dat hij op 7 januari 2017 in Emmen was en werd opgeroepen om naar eigen zeggen “af te leggen”.
Uit het OVC-gesprek van 7 januari 2017 volgt dat [slachtoffer 2] in ‘bad standing’ uit No Surrender wordt gezet. In het proces-verbaal van bevindingen is door de verbalisant gerelateerd dat er op de OVC in de memberroom meermalen het “geluid alsof er wordt geslagen” klinkt. Uit het proces-verbaal blijkt ook dat er iemand op dit geluid reageert met: “aaarch ... waarom?”. Meerdere malen wordt gezegd dat het slachtoffer zijn jack uit moet doen. Verdachte zegt op een gegeven moment: “Ik sla je de (ntv). We hebben je jack, anders had ik je die (ntv) kapot geslagen”.
Vervolgens praten de aanwezigen in de memberroom na het verlaten van [slachtoffer 2] nog wat na. Hierbij zegt verdachte: “je slaat hem nog dood nog” en [betrokkene 3] zegt: “Godverdorie, ik wou hem.. (ntv) maar hij had genoeg gehad ja”. Dat net als [betrokkene 3] verdachte ook gefrustreerd is, blijkt uit de volgende uitlating: “Ik heb m'n eigen jongens hier d'r uitgetrapt (ntv) he. Die heb ik helemaal allemaal verbouwd, geloof mij, helemaal de kop kapot geslagen, en oorsuizen d'r bij. En dan ga ik zo'n jongen sparen? Ga weg man.”
Nadat meer mensen de memberroom komen, deelt [betrokkene 36] mee: “Luister jongens. [slachtoffer 2] is er net uit gegaan. BS (het hof begrijpt: bad standing)". Verdachte deelt ook nog mee: “Als ik wat mag zeggen.... (...) Mensen die zich in het buitenland niet kunnen gedragen, die krijgen op hun bek.”
Conclusie t.a.v. feit 5
Het hof acht bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] op 7 januari 2017 heeft afgeperst.
In het proces-verbaal van bevindingen van 13 april 2018 is door de verbalisant gerelateerd dat er op de OVC in de memberroom een geluid klinkt alsof iemand een klap krijgt. Uit het proces-verbaal blijkt ook dat het slachtoffer op dit geluid reageert met “aaarch ... waarom?” De in het proces-verbaal genoemde geluidsopname 'File Number 9260, Subfile 023' is ter terechtzitting van het hof van 14 maart 2022 beluisterd.
Het hof acht het relaas van de verbalisant omtrent de OVC-opname betrouwbaar waar deze verbalisant heeft opgenomen dat er het geluid van klappen te horen zijn op de opname, mede nu in het geluidsfragment ook een pijnkreet te horen is na het geluid van een klap. De enige conclusie die naar het oordeel van het hof uit de beschrijving van het geluidsfragment kan worden getrokken, is dat het slachtoffer door verdachte is gestompt en/of geslagen. Uit de reactie van het slachtoffer op het geluid van een klap volgt genoegzaam dat er sprake is van pijn bij het slachtoffer.
Bovenstaand gewelddadig handelen, dat in het kader van een zogenaamde bad standing heeft plaatsgevonden, is naar zijn aard wederrechtelijk. Uit een verklaring van verdachte bij de politie volgt dat nieuwe leden van No Surrender zelf hun eigen hesje moeten betalen. Van clubeigendom van de hesjes en daardoor het ontbreken van de wederrechtelijkheid bij het afpakken daarvan is dan ook geen sprake. Het hof is bovendien − anders dan de verdediging − van oordeel dat sprake is van causaal verband tussen de geweldshandelingen en het afgeven van het clubhesje. Uit OVC-opname volgt dat direct nadat de eerste klap aan [slachtoffer 2] wordt uitgedeeld, tegen hem wordt geschreeuwd dat hij zijn hesje uit moet doen. De geweldshandelingen uiteindelijk stoppen in ieder geval niet voordat het hesje van [slachtoffer 2] is afgepakt en hij uit de memberroom is gezet. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
Anders dan de advocaat-generaal komt het hof tot de conclusie dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte dit feit in vereniging heeft gepleegd. Het hof ziet onvoldoende aanwijzingen van betrokkenheid van anderen dan verdachte bij het toepassen van het geweld ten aanzien van [slachtoffer 2] . Het hof zal verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 5 primair ten laste gelegde.
Feit 6: Mishandeling met voorbedachten rade van [slachtoffer 3] (Akepa zaak 3.12)
Mishandeling
In het clubhuis van No Surrender in Emmen wordt onder andere op 1 november 2016 OVC opgenomen. Op die datum wordt in de memberroom [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) toegesproken. Volgens verdachte is op het OVC-gesprek te horen dat hij boos is op [slachtoffer 3] en hij hem verbaal toespreekt. [slachtoffer 3] had geld geleend en verdachte stond hiervoor garant. [slachtoffer 3] hield zich vervolgens niet aan de afspraak, waardoor verdachte “in zijn hemd stond”. Door middel van stemherkenning wordt vastgesteld dat, naast [slachtoffer 3] , verdachte en [betrokkene 39] aanwezig waren in de memberroom.
Uit het OVC-gesprek van 1 november 2016 volgt dat [slachtoffer 3] wordt ‘teruggesneden’ naar de rang van prospect binnen No Surrender. Verdachte schreeuwt tegen [slachtoffer 3] dat hij nooit meer tegen hem gaat liegen. In het proces-verbaal van bevindingen is door de verbalisant gerelateerd dat er op de OVC in de memberroom meermalen het “geluid van klappen” te horen is. Wanneer iemand de memberroom verlaat, spreekt [betrokkene 39] [slachtoffer 3] nog verder toe. [betrokkene 39] zegt tegen [slachtoffer 3] dat hij verdachte kwaad heeft gemaakt. Verdachte komt de memberroom weer binnen en zegt weer dat [slachtoffer 3] hem niet zomaar gaat verlaten, dat [slachtoffer 3] nog geluk heeft gehad omdat verdachte boos is en dat verdachte zal laten zien dat hij de baas is. Iedereen verlaat de memberroom, behalve verdachte. [betrokkene 36] komt binnen en zegt tegen verdachte: “De reacties te horen heb je ze mooi een poepie laten ruiken” en na het noemen van de naam [slachtoffer 3] : “Wel eh... knock out geslagen? Goed”: Verdachte reageert: “Ik heb net [slachtoffer 3] van België wat gegeven, teruggezet naar prospect”. In de vergadering die later op de avond in de memberroom wordt gehouden deelt verdachte mee dat hij die dag “ [slachtoffer 3] van België” heeft teruggesneden naar prospect met een paar draaien om de oren. Later zegt verdachte nog: “Gewoon keihard d'r weer op, heeft een paar flappers aan z'n oren gehad. Behoorlijk last van, denk ik. Nou ja, da's beter dan dat je steeds loopt te trekken aan mensen, vooraf, dat ze geld moeten betalen.”
[slachtoffer 3] zei tegen de Belgische politie dat hij geen enkele verklaring wilde afleggen, maar zegt wel dat hij “klappen” heeft ontvangen bij een mishandeling in Emmen. Hij wilde dit echter niet opgenomen hebben in een proces-verbaal uit angst voor verdere problemen met No Surrender. Verdachte heeft bij de rechtbank verklaard dat hij met “ [slachtoffer 3] heeft een paar flappers aan z'n oren gehad” bedoelt dat hij een draai om de oren heeft gehad.
Conclusie t.a.v. feit 6
Het hof acht bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] op 1 november 2016 met voorbedachten rade heeft mishandeld door hem meermalen te slaan.
Het hof stelt vast dat de verdediging in hoger beroep heeft verzocht om [slachtoffer 3] als getuige te horen. Het hof (BFK: heeft) dat verzoek bij tussenarrest toegewezen. De raadsheer-commissaris heeft gemotiveerd bericht dat van de getuige geen (actuele) woon- of verblijfplaats vastgesteld kon worden. De verdediging heeft later in de procedure niet opnieuw gevraagd om de getuige te doen horen.
Het hof is van oordeel dat de verklaring die [slachtoffer 3] in 2018 bij de politie heeft afgelegd bruikbaar is voor het bewijs. De betrokkenheid van verdachte bij de mishandeling is niet in beslissende mate op de verklaring van [slachtoffer 3] gebaseerd, maar vindt in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen. Dat steunbewijs heeft ook betrekking op die onderdelen van de verklaring van [slachtoffer 3] die door verdachte zijn betwist. Dat blijkt uit het volgende.
Het hof gaat uit van de juistheid van de inhoud van de mededeling van [slachtoffer 3] aan de Belgische politie dat hij klappen heeft gehad bij de mishandeling in Emmen, maar dat hij zijn verklaring niet in het proces-verbaal wilde hebben opgenomen uit angst voor verdere problemen met No Surrender. De in het proces-verbaal genoemde geluidsopname 'File Number 6294, Subfile 003' is ter terechtzitting van het hof van 14 maart 2022 afgespeeld. Het hof acht de omschrijving in het relaas van wat hoorbaar is adequaat en correct. Het relaas van de verbalisant omtrent de OVC-opname vormt daarmee betrouwbaar bewijs waar deze verbalisant heeft opgenomen dat het geluid van klappen te horen zijn op de opname. Daarnaast verklaart verdachte in de OVC-opname zelf dat [slachtoffer 3] "een paar flappers aan z'n oren heeft gehad" en dat hij denkt dat [slachtoffer 3] er behoorlijk last van zal hebben.
Het hof acht op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die de op de OVC-opname gehoorde klappen aan [slachtoffer 3] heeft gegeven. Dat deze klappen van verdachte pijn moet hebben veroorzaakt bij [slachtoffer 3] , volgt uit de uitlating van verdachte op de OVC-opname dat [slachtoffer 3] behoorlijk zal last zal hebben van de door hem gegeven klappen.
Het hof leidt de voorbedachten rade af uit het vaste patroon van het geven van sancties binnen No Surrender, zoals ook bij feit 12 zal worden besproken. Die sancties kunnen bestaan uit bijvoorbeeld een bad standing waarbij iemand uit de club wordt gezet, maar ook uit het terugzetten van een lid naar een lagere rang. Een lid wordt daarbij ontboden in de memberroom en wordt mishandeld en weer weggestuurd uit de memberroom.
Bij de politie heeft verdachte verklaard dat het terugsnijden naar prospect binnen No Surrender een straf is wanneer je liegt. In het OVC-gesprek van 1 november 2016 is volgens verdachte te horen dat ze het clubreglement hanteren. [slachtoffer 3] werd op 1 november 2016 teruggezet naar de rang van prospect, zo volgt ook uit de OVC-opname van die dag. Uit het OVC-gesprek volgt dat [slachtoffer 3] de memberroom binnen komt en nog vriendelijk en nietsvermoedend “goedenavond” zegt tegen de aanwezigen in de memberroom, waarop (vrijwel) direct gestommel te horen is en het geluid van klappen klinkt. Ook wordt direct door verdachte met stemverheffing tegen [slachtoffer 3] gezegd dat hij onder andere niet meer tegen verdachte moet liegen en wordt [slachtoffer 3] verder op intimiderende wijze op het hart gedrukt dat hij de club niet zomaar kan en zal gaan verlaten. [slachtoffer 3] klinkt gedurende zijn verblijf in de memberroom timide.
Uit al het voorgaande volgt dat volgens bovenstaand patroon is gehandeld. Daarmee was sprake van voorbedachten rade bij verdachte. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging.
Anders dan de advocaat-generaal komt het hof tot de conclusie dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte dit feit in vereniging heeft gepleegd. Het hof ziet onvoldoende aanwijzingen van betrokkenheid van anderen dan verdachte bij het toepassen van het geweld ten aanzien van [slachtoffer 3] . Het hof zal verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 6 ten laste gelegde.
(…)
Feit 8: Mishandeling met voorbedachten rade van [slachtoffer 4] (Akepa zaak 3.46)
Mishandeling
In het clubhuis van No Surrender in Emmen werd onder andere op 15 oktober 2015 OVC opgenomen. Die dag is in de memberroom van No Surrender in Emmen [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) met een bad standing uit de club gezet. [slachtoffer 4] bleef liegen en kreeg daarom een bad standing, volgens verdachte. Door middel van stemherkenning is vastgesteld dat, naast [slachtoffer 4] , verdachte, aanwezig was in de memberroom.
Uit het OVC-gesprek van 15 oktober 2015 volgt dat voordat [slachtoffer 4] in de memberroom komt, verdachte de aanwezigen vraagt de memberroom te verlaten. Zodra [slachtoffer 4] de memberroom binnenkomt, praat verdachte met stemverheffing tegen hem. In het proces-verbaal van bevindingen is door de verbalisant gerelateerd dat er op de OVC in de memberroom meermalen een hard geluid dat “klinkt als een slag of klap”, een “harde klap” of “harde klappen”. De in het proces-verbaal genoemde geluidsopname 'File Number 5190, Subfile 033' is ter terechtzitting van het hof van 14 maart 2022 afgespeeld. Het hof acht het relaas van de verbalisant omtrent de OVC-opname betrouwbaar waar deze verbalisant heeft opgenomen dat er het geluid van klappen te horen zijn op de opname.
Verdachte schreeuwt: “Uitdoen die rommel! Hup, wegwezen!” Op een gegeven moment zegt verdachte: “Nooit meer liegen jonge, ja? Nooit meer liegen. Hier heb je... jas weg. Nooit meer liegen, ja” en “alles inleveren!” Verdachte voegt toe: “Je fuckt niet met deze club”. Verdachte sommeert de andere aanwezigen om [slachtoffer 4] weg te brengen. Er komen later meer mannen binnen. Er wordt medegedeeld: “ [slachtoffer 4] ligt eruit..… eh..... Bad Standing...... Maar in overleg met de Cap laten we het hierbij... dus eh... we gaan hem geen eh geld afnemen. (...) Hij is er op een slechte manier eruit gezet, dat zeg ik eerlijk, dat was niet niks! De jongens die erbij stonden die weten dat ook.” Een andere man zegt dat hij graag zelf het wilde doen, maar dat de Cap (het hof begrijpt: verdachte) het zelf doet, anders had deze man [slachtoffer 4] “zelf die hijs gegeven”. Weer een moment later zegt iemand dat ze ook zijn motor en auto hadden kunnen afpakken. Hij is goed behandeld. Verdachte vraagt of “het zo netjes was?” en zegt dat hij er morgen nog wel een beetje last van heeft.
Bij de raadsheer-commissaris heeft [slachtoffer 4] verklaard dat toen hij uit No Surrender werd gezet, verdachte hem duwde en een klap heeft gegeven. Hij heeft hierdoor een bult op zijn hoofd gekregen.
Conclusie t.a.v. feit 8
Het hof acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling met voorbedachte rade van [slachtoffer 4] op 15 oktober 2015 door hem meermalen te stompen en/of te slaan.
Het hof acht op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die de op de OVC-opname gehoorde klappen aan [slachtoffer 4] heeft gegeven. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 4] een bad standing heeft gekregen. Op de OVC-opname is te horen dat achteraf wordt (BFK: gezegd) dat [slachtoffer 4] er “op een slechte manier” uit is gezet en dat de Cap (verdachte) het zelf doet. Dat hier sprake was van een bad standing waarbij er is geslagen door verdachte, komt uit de inhoud van OVC-opname duidelijk naar voren.
Naar algemene ervaringsregels levert het meermalen stompen en/of slaan pijn op bij het slachtoffer. Verdachte heeft op de OVC-opname gezegd dat [slachtoffer 4] “er morgen nog wel een beetje last van heeft”. [slachtoffer 4] heeft daarnaast bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij door de mishandeling een bult op zijn hoofd had.
Dat sprake was van voorbedachten rade volgt eveneens uit de OVC-opname en het vaste patroon van het geven van sancties binnen No Surrender, zoals ook bij feit 12 zal worden besproken.. Die sancties kunnen bestaan uit bijvoorbeeld een bad standing waarbij iemand uit de club wordt gezet. Een lid wordt daarbij ontboden in de memberroom, wordt direct mishandeld en club-gerelateerde goederen moeten worden ingeleverd of worden afgepakt. Vervolgens moet het lid de memberroom weer verlaten of wordt hij uit de memberroom gezet. Deze bad standing was voorbereid: verdachte stuurt andere aanwezigen de ruimte uit, bepaalt dat hij zelf “het zal doen” en vervolgens wordt [slachtoffer 4] de memberroom binnengehaald en mishandeld door verdachte, waarbij hij wordt bevolen zijn hesje uit te doen. Er wordt immers meermalen tegen hem geschreeuwd: “uitdoen die rommel!”. Aan het einde van zijn bezoek in de memberroom wordt [slachtoffer 4] op intimiderende wijze duidelijk gemaakt dat hij nooit meer moet liegen en dat hij alles moet inleveren. Even later die avond evalueert verdachte de bad standing nog met een ander en vraagt hij daarbij “of het zo netjes was”. Uit het voorgaande volgt volgens het hof dat sprake was van voorbedachten rade bij verdachte. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging.
Anders dan de advocaat-generaal komt het hof tot de conclusie dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte dit feit in vereniging heeft gepleegd. Het hof ziet onvoldoende aanwijzingen van betrokkenheid van anderen dan verdachte bij het toepassen van het geweld ten aanzien van [slachtoffer 4] . Het hof zal verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 8 ten laste gelegde.
(…)
Feit 10: Diefstal met geweld en poging tot afpersing van [betrokkene 8] (Akepa zaak 3.29)
Bad standing
[betrokkene 8] (hierna: [betrokkene 8] ) heeft bij de politie verklaard dat hij is bedreigd en afgeperst. Op 8 mei 2014 moet [betrokkene 8] naar het clubhuis van No Surrender in Emmen komen. Hij wordt bij de poort door president [betrokkene 19] (hierna: [betrokkene 19] ) opgewacht. [betrokkene 8] moet meelopen naar de memberroom. Hij komt binnen en wordt door twee mannen geschopt en geslagen op zijn lichaam, wat zeer doet. [betrokkene 8] krijgt van verdachte een paar stompen op de linkerkant van zijn gezicht en borst. [betrokkene 8] krijgt een bad standing van verdachte en hem wordt gezegd dat hij direct € 5.000,- moet betalen. [betrokkene 8] zegt dat hij dat niet heeft en vervolgens wordt zijn horloge afgepakt. Verdachte zegt [betrokkene 8] dat hij op 14 mei 2014 om 19:00 uur bij de McDonalds in Meppel het bedrag van € 5.000,- moet betalen. Eén van de twee voor [betrokkene 8] onbekende mannen zegt nog dat dit zijn ergste nachtmerrie wordt, als hij niet betaalt. Hij gaat eraan als hij niet betaalt.
De vriendin van [betrokkene 8] , [betrokkene 105] (hierna: [betrokkene 105] ), verklaart bij de politie dat [betrokkene 8] uit No Surrender wilde stappen. Hij zag het niet zitten om zijn colors in te leveren bij [betrokkene 19] , omdat hij bang was voor de gevolgen. Hij levert zijn colors in bij iemand anders van het kader, maar dit mocht achteraf niet. In het weekend van 12 en 13 april 2014 levert [betrokkene 8] zijn spullen in en na het weekend zegt hij tegen [betrokkene 19] dat hij niet meer bereikbaar is. [betrokkene 105] wordt vervolgens gebeld door [betrokkene 19] . Deze geeft door dat [betrokkene 8] zijn spullen bij verdachte moet inleveren. Op 8 mei 2014 gaat [betrokkene 8] met een vriend [betrokkene 100] (hierna: [betrokkene 100] ) naar het clubhuis in Emmen. Volgens [betrokkene 105] kreeg [betrokkene 8] klappen in het gezicht van verdachte en een stomp in zijn ribben van een ander lid dat aanwezig was. [betrokkene 8] horloge is afgepakt en hij moest op 14 mei 2014 € 5.000,- betalen voor een bad standing.
[betrokkene 19] zegt dat hij zag dat er een paar tikken werden uitgedeeld. [betrokkene 19] bracht [betrokkene 8] naar de memberroom. [betrokkene 8] droeg zijn hesje met colors en dit hesje moest uit. In het bijzijn van verdachte trok [betrokkene 39] het hesje uit. [betrokkene 8] kreeg van verdachte of [betrokkene 39] een boete van € 5.000,- omdat hij uit de club ging.
[betrokkene 100] was met [betrokkene 8] mee naar het clubhuis. [betrokkene 8] heeft een bad standing gekregen, zo vertelde [betrokkene 8] . [betrokkene 8] was bont en blauw en kon amper ademhalen, zoveel klappen had hij gehad. [betrokkene 8] moest € 5.000,- betalen bij deze bad standing.
Tegen de politie zei [betrokkene 8] op 12 mei 2014 dat hij om vele redenen geen aangifte wil doen en dat hij van plan is om met zijn vriendin geld bij elkaar te sprokkelen om de boete van € 5.000,- te voldoen.
Angst bij [betrokkene 8]
vreest voor zijn leven en dat van zijn gezin. Hij durft geen aangifte te doen, omdat ze hem dat hebben opgedragen. Hij is bang voor de gevolgen van het doen van aangifte. Je hoort eigenlijk niet te praten, zegt hij. [betrokkene 8] zegt: “Als ik in mijn eentje was geweest was het anders geweest. Ik heb een gezin.” Als uitleg voor het afleggen van een verklaring bij de politie geeft [betrokkene 8] als reden: “Ik leg nu een verklaring af omdat ik niet anders kan. Er gaan ongelukken gebeuren als ik niks doe”. [betrokkene 8] heeft zijn telefoon weggegooid en ze hebben vervolgens zijn vriendin [betrokkene 105] gebeld.
Volgens [betrokkene 105] is [betrokkene 8] vooral bang voor één van de twee voor hem onbekende No Surrender leden die bij zijn bad standing aanwezig waren. Deze man was heel bedreven in het opvolgen van orders volgens [betrokkene 8] .
In een getapt telefoongesprek tussen [betrokkene 8] en [betrokkene 105] van 15 mei 2014 volgt dat ze er rekening mee houden dat er iets zal gebeuren wanneer [betrokkene 8] gaat klussen bij de moeder van [betrokkene 105] . Dezelfde dag belt [betrokkene 8] met zijn zoon, waarbij [betrokkene 8] zegt “dat er van alles speelt” en dat zijn zoon dit telefoonnummer van [betrokkene 8] aan niemand mag geven.
Op 16 mei 2014 belt [betrokkene 8] met zijn tante. Zijn tante vraagt hoe het gaat en of hij nog veel pijn heeft. Hierop reageert [betrokkene 8] : “Ja, je weet niet wat er gaat gebeuren he? Gaan ze die bedreigingen waar maken of wat dan ook, he? (...) het gaat helemaal nergens over”. Zijn tante vraagt of het enkel is, omdat hij daar weg wilde. Dit bevestigt [betrokkene 8] . Hij zegt ook dat ze met het hele gezin ergens anders zitten.
In een ander getapt telefoongesprek van die dag deelt [betrokkene 8] mee dat hij voorlopig 6 tot 8 weken niet thuis zal zijn en zegt hij dat je “beter voorzichtig kan zijn”.
In een derde telefoongesprek op die dag herhaalt [betrokkene 8] dat hij “sowieso de eerste 6 weken niet thuis is”. [betrokkene 8] zegt ook dat ze hem voorlopig nog niet vergeten. [betrokkene 8] vertelt dat [betrokkene 100] elke dag met hem mee gaat werken, zodat [betrokkene 8] niet in zijn eentje is. [betrokkene 8] zegt dat hij wel aangifte zal doen als er nog meer “gedonder” komt.
Toen [betrokkene 8] en zijn gezin niet thuis waren, heeft [betrokkene 100] in hun woning gezeten. [betrokkene 100] heeft ook verklaard dat de kinderen van [betrokkene 8] bedreigd werden.
Pogingen tot inning van de boete
Op 13 mei 2014 wordt [betrokkene 105] gebeld door iemand die zich voorstelt als ‘ […] ’. Hij vraagt of er ook betaald gaat worden. [betrokkene 105] belt na dit gesprek de politie en geeft door dat ze samen met [betrokkene 8] en hun kinderen naar een plek elders vertrekken.
[betrokkene 105] wordt diezelfde dag gebeld door [betrokkene 19] . Hij spreekt een voicemailbericht in, inhoudende dat hij vraagt om terug te bellen of appen omdat hij [betrokkene 8] nog even moet hebben en hij hem niet te pakken krijgt.
Blijkens het getapte telefoongesprek tussen [betrokkene 39] en [betrokkene 19] op de dag van de afspraak met [betrokkene 8] (14 mei 2014) heeft [betrokkene 39] [betrokkene 8] nog geprobeerd te bellen, maar nam hij niet op. In een telefoongesprek op diezelfde dag om 18:16 uur vraagt [betrokkene 39] verdachte wie hij moet bellen als hij een advocaat nodig heeft. Verdachte noemt daarop de naam van zijn raadsman.
Om 21:24 uur meldt [betrokkene 39] verdachte dat [betrokkene 8] niet is komen opdagen op de afspraak. [betrokkene 39] vertelt verdachte dat [betrokkene 8] ook niet meer thuis is. [betrokkene 39] zegt: “het huis is hermetisch dicht gemaakt. Al sinds gisteren. Dus er is niemand meer aanwezig daar (...) we kunnen hem niet vinden. Ik snap het ook niet. (...) we vinden hem wel ja. Is goed, Kap.”
Op 17 mei 2014 bespreken [betrokkene 19] en [betrokkene 39] telefonisch de kwestie ten aanzien van [betrokkene 8] . [betrokkene 19] zegt dat hij al een paar keer is langsgereden, maar dat alles dicht is en dat er niemand thuis is. [betrokkene 19] sluit af met: “ach, het komt wel goed. Ik vergeet hem niet”.
Uit een getapt telefoongesprek van 7 juni 2014 volgt dat [betrokkene 19] zegt dat ze [betrokkene 8] niet kunnen vinden. [betrokkene 19] moet die € 5.000,- ophalen, maar hij weet niet waar [betrokkene 8] is. Van de week zei [betrokkene 19] ook al dat hij langs het huis van [betrokkene 8] is gegaan en dat alles dicht zat.
Conclusie t.a.v. feit 10
Het hof acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging en het medeplegen van een poging tot afpersing, gepleegd op 8 mei 2014 ten aanzien van [betrokkene 8] .
Uit de stukken volgt dat aangever [betrokkene 8] op 8 mei 2014 met een bad standing uit de club is gezet. Hij is mishandeld door verdachte en zijn horloge en hesje zijn afgenomen. De verklaring van [betrokkene 8] dat hij € 5.000,- moest betalen, wordt ondersteund door de latere tapgesprekken, waaruit volgt dat leden van de club naar [betrokkene 8] op zoek zijn en bij zijn huis langsgaan. [betrokkene 8] heeft dan inmiddels uit angst de woning verlaten met zijn gezin. Zijn verklaring wordt ook ondersteund door de getuigen [betrokkene 105] en [betrokkene 100] . [betrokkene 100] heeft ook verklaard dat [betrokkene 8] na de Bad Standing “bont en blauw” was. Het hof acht de verklaring van [betrokkene 8] dan ook betrouwbaar, nu deze voldoende wordt ondersteund door ander bewijs. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
Uit de bewijsmiddelen volgt genoegzaam dat [betrokkene 8] door geweld en dreiging met geweld is geprobeerd om hem te bewegen de boete van € 5.000,- te voldoen die hem in het kader van de Bad Standing door No Surrender is opgelegd. Doordat [betrokkene 8] deze boete niet heeft betaald, is de afpersing niet voltooid en is het bij een poging daartoe gebleven.
Het hof is voorts van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern bestaan uit een gezamenlijke uitvoering van de mishandeling en de diefstal met geweld. Daarmee acht het hof het ten laste gelegde medeplegen bewezen.
Het hof acht echter niet wettig en overtuigend bewezen dat [betrokkene 8] op 8 mei 2014 is bedreigd met een wapen. Van dit deel van de tenlastelegging zal verdachte worden vrijgesproken.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair onder 10A en 10B ten laste gelegde.
Feit 11: Diefstal met geweld van [betrokkene 16] (Akepa zaak 3.2)
Diefstal met geweld
Het hof stelt vast dat [betrokkene 16] (hierna: [betrokkene 16] ) in 2017 is overleden. De verdediging is niet in de gelegenheid geweest om hem te ondervragen.
Het hof is echter van oordeel dat de verklaring die [betrokkene 16] in 2014 bij de politie heeft afgelegd toch bruikbaar is voor het bewijs. De betrokkenheid van verdachte bij de diefstal met geweld is niet in beslissende mate op de verklaring van [betrokkene 16] gebaseerd, maar vindt in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen. Dat steunbewijs heeft ook betrekking op die onderdelen van de verklaring van [betrokkene 16] die door verdachte zijn betwist. Dat blijkt uit het volgende.
[betrokkene 16] heeft bij de politie verklaard dat hij op 21 april 2014 met bad standing uit No Surrender is gezet. Op dat moment huurt hij namens No Surrender een auto. Op 21 april 2014 is [betrokkene 16] in het clubhuis in Emmen in het bijzijn van de vice-president en een prospect. De security pakt zijn hesje af. In dat hesje zit de sleutel van de huurauto. Daarnaast krijgt [betrokkene 16] een aantal klappen, waardoor hij een aantal ribben heeft gekneusd en last heeft van zijn nier. [betrokkene 16] wil bij de politie geen namen noemen, in verband met zijn veiligheid en die van zijn familie. Hij verklaart dat hij op dat moment ondergedoken zit. Hij moet eigenlijk ook € 100,- per maand aan de club betalen om zijn status af te kopen, maar kan dit niet betalen.
In mei 2014 doet de buurman van [betrokkene 16] een melding bij de politie dat hij zich zorgen maakt om het welzijn van [betrokkene 16] . Hij zou verteld hebben zelfmoord te willen plegen. Hij kon zien dat [betrokkene 16] verwondingen had, namelijk blauwe ogen. Nadat hierna de gordijnen van de woning van [betrokkene 16] drie weken gesloten waren, heeft de buurman de melding gedaan. De politie spreekt naar aanleiding van deze melding in mei 2014 telefonisch met [betrokkene 16] . [betrokkene 16] vertelt dat hij sinds drie weken was ondergedoken voor No Surrender omdat leden hem zoeken.
De politie neemt op 26 juni 2014 contact op met [betrokkene 16] . [betrokkene 16] wil geen aangifte doen omdat hij vreest voor zijn veiligheid. Hij wil wel aanvullend verklaren over zijn bad standing op 21 april 2014. Voorafgaand aan de bad standing werd hij gebeld door de vicepresident van No Surrender. [betrokkene 16] had zelf de rang van security. [betrokkene 16] werd gezegd dat hij in opdracht van verdachte naar het clubhuis in Emmen moest komen. [betrokkene 16] moest ook komen om de vicepresident [betrokkene 106] met de auto te brengen. Een prospect genaamd [betrokkene 107] (het hof begrijpt: [betrokkene 107]) ging ook mee. [betrokkene 16] was bang dat hij problemen kreeg naar aanleiding van zijn aanwezigheid op het politiebureau in Meppel. Aangekomen in Emmen moet hij buiten het clubhuis wachten. Hij wordt binnengeroepen door [betrokkene 39] en moet meelopen naar de memberroom. Daar zijn verdachte en [betrokkene 106] (het hof begrijpt: [betrokkene 106]). [betrokkene 39] komt ook mee naar binnen. [betrokkene 39] grijpt [betrokkene 16] vast en trekt zijn hesje van hem af. Verdachte slaat [betrokkene 16] hard in zijn ribben. Door deze klap gaat [betrokkene 16] onderuit. Wanneer [betrokkene 16] weer opstaat, geeft [betrokkene 39] hem een klap op zijn lichaam. Verdachte en [betrokkene 39] geven [betrokkene 16] nog een paar klappen. Hij wordt ook van achteren geschopt, vermoedelijk door verdachte. Verdachte roept tijdens deze mishandeling: “Hoe kon je dat doen, met een hesje naar een politiebureau”. [betrokkene 16] wordt verteld dat hij die avond een boete van € 1.000,- moet betalen. Sinds deze bad standing is [betrokkene 16] zijn woning ontvlucht. Via Facebook heeft [betrokkene 16] nog contact gehad met [betrokkene 106] en deze zei dat [betrokkene 16] een bedrag van € 100,- per maand moet betalen, omdat hij met bad standing uit de motorclub is gezet.
[betrokkene 106] heeft bij de rechter-commissaris als getuige verklaard dat [betrokkene 16] in 2014 door verdachte uit de club is gezet. [betrokkene 16] hesje is hierbij weggenomen. [betrokkene 106] was er die avond bij, samen met [betrokkene 107] .
Uit een getapt telefoongesprek van 25 juli 2014 tussen verdachte en [betrokkene 108] (hierna: [betrokkene 108] ), lid van MC Hells Angels Noord-Nederland te Harlingen, volgt dat [naam] zegt dat hij heeft gehoord dat ‘ [betrokkene 16] ’, die bij verdachte eruit is, nu ergens in Rotterdam zo zit. Verdachte zegt daarop: “H: BS.... ja, weg....”. Uit onderzoek van de politie volgt dat [betrokkene 16] gevlucht was naar Nieuwerkerk aan de IJssel, nabij Rotterdam. De politie acht het aannemelijk dat verdachte en [betrokkene 108] over [betrokkene 16] spraken, nu uit hun onderzoek dat geen ander slachtoffer van een bad standing in de onderzoeksperiode in 2014 als voor- of roepnaam ‘ [betrokkene 16] ’ had.
Conclusie t.a.v. feit 11
Het hof acht bewezen dat verdachte zich op 21 april 2014 samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld, gepleegd tegen [betrokkene 16] .
Het hof gaat uit van de juistheid van de verklaring van [betrokkene 16] dat hij in opdracht van [verdachte] is ontboden op de club, waar hij vervolgens door verdachte en [betrokkene 39] meermalen is geslagen en door verdachte is geschopt. Hierbij is ook zijn hesje afgenomen. In dat hesje zat op dat moment de sleutel van een gehuurde auto. Deze verklaring vindt immers steun in de verklaring van [betrokkene 106] als getuige. Ook heeft verdachte in het tapgesprek van 25 juli 2014 zelf verklaard dat sprake was van een bad standing. Bovenstaand gewelddadig handelen, dat in het kader van een zogenaamde bad standing heeft plaatsgevonden, is naar zijn aard wederrechtelijk. Uit een verklaring van verdachte bij de politie volgt dat nieuwe leden van No Surrender zelf hun eigen hesje moeten betalen. Van clubeigendom van de hesjes en daardoor het ontbreken van de wederrechtelijkheid bij het afpakken daarvan is dan ook geen sprake. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
Het hof is voorts van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte [betrokkene 39] , die in de kern bestaan uit een gezamenlijke uitvoering van de diefstal met geweld. Daarmee acht het hof het ten laste gelegde medeplegen bewezen.
Het hof acht niet bewezen dat verdachte betrokken is bij het wegnemen van de overige in de tenlastelegging genoemde goederen. Hiervan zal verdachte worden vrijgesproken.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 11 primair ten laste gelegde.
Feit 12: Als leider/bestuurder deelnemen aan een criminele organisatie (onderzoek Harka)
Standpunt verdediging
Ten aanzien van feit 12 stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van een organisatie met het plegen van misdrijven als oogmerk en dat verdachte niet kan worden aangemerkt als ‘deelnemer’ in de zin van artikel 140 Sr of als leider als bedoeld in artikel 140, derde lid, Sr.
De verdediging heeft voorts betoogd dat de verklaringen van de getuige [betrokkene 5] bij de politie in het onderzoek Turgon gelet op de wijze waarop deze zijn afgelegd niet in overeenstemming zijn met de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (hierna: AVR). Dit levert een vormverzuim ex artikel 359a Sv op en dient te leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [betrokkene 5] , aldus de verdediging.
Het hof overweegt ten aanzien van de verklaringen van [betrokkene 5] als volgt.
Nu het hof de verklaringen van [betrokkene 5] bij de politie niet zal bezigen voor het bewijs, wordt het verweer van de verdediging op dit punt niet verder besproken. Anders dan de verdediging acht het hof de verklaring van [betrokkene 5] afgelegd bij de rechter-commissaris betrouwbaar, nu deze verklaring voldoende en op wezenlijke onderdelen wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen zoals in de bijlage weergegeven. Bovendien is de raadsman van verdachte bij dit verhoor aanwezig geweest, heeft hij aldaar vragen gesteld aan [betrokkene 5] en heeft hij aldus de betrouwbaarheid van de verklaring van [betrokkene 5] kunnen toetsen. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.
Oordeel van het hof
Het hof stelt voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.
Organisatie
Het hof stelt voorop dat onder 'organisatie' als bedoeld in artikel 140 Sr wordt verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon − om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt − moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van die organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.
Het hof leidt uit de bewijsmiddelen het volgende af.
Oprichting No Surrender in 2013 en groei ledenaantal
De motorclub No Surrender wordt op 15 februari 2013 opgericht door onder andere medeverdachte [betrokkene 1] . De oprichters van No Surrender zijn uit onvrede bij motorclub Satudarah weggegaan en een eigen motorclub gestart. Er zijn gelijk vier chapters (afdelingen), en wel in Amsterdam, Zundert, Oss en Utrecht. Dagelijks komen er in die tijd mensen bij. [betrokkene 1] vervult in juni 2013 de functie van ‘National Nomad’ en roept zichzelf omstreeks 17 september 2013 uit tot ‘Generaal’. Binnen No Surrender werd en wordt steeds gesproken over ‘het Noorden’ en ‘het Zuiden’. [betrokkene 1] zegt hierover: “Naar buiten toe was er één No Surrender”. Hij omschrijft het Noorden en Zuiden als afdelingen van No Surrender. [betrokkene 1] was bestuurder van het Zuiden toen hij generaal werd.
Na de oprichting in 2013 neemt het aantal leden snel toe. [betrokkene 1] wordt naar eigen zeggen “overspoeld met aanmeldingen”. De club groeit uit tot een wereldwijde organisatie, met in maart 2014 in totaal 31 chapters op diverse plekken in Nederland en in onder andere Spanje, België, Duitsland en Suriname. In augustus/september 2016 heeft No Surrender ook een chapter in Denemarken. In januari 2018 heeft No Surrender 26 chapters in Nederland en zijn er chapters in Australië, België, Bosnië, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Libanon, Marokko, Nieuw Zeeland, Spanje, Thailand, Suriname, Turkije, de Verenigde Staten van Amerika en Zweden.
Structuur No Surrender
De club is opgedeeld in chapters met ieder een eigen president aan het hoofd. Bij alle chapters van No Surrender wordt gewerkt met verschillende rangen, met bijbehorende taken. Op landelijk niveau zijn er drie rangen: Generaal (deze rang is voorbehouden aan oprichter [betrokkene 1] ), Captain en Nomad. De personen met deze rangen vormen samen de Nationals. Zij maken geen deel uit van een chapter en staan in hiërarchie boven de presidenten van de chapters. De Nationals bepalen het beleid bij No Surrender en sturen de club wereldwijd aan. De Captains zijn verantwoordelijk voor een aantal chapters, zijn de leiders van de club en hebben een overkoepelende functie. Zij worden geïnformeerd door de presidenten van de chapters en de nomads en schuiven aan bij een chapter om eventuele beslissingen door te voeren. De nomad staat in rang onder de rang van captain, maar heeft een eigen functie als hoofd-security. De nomads spelen ontwikkelingen in de landelijke kadervergaderingen door naar de sergeants of de chapters. Ook zij hebben een overkoepelende functie en houden zich niet bezig met de dagelijkse gang van zaken binnen een chapter. De sergeants van de chapters kunnen altijd met de nomad overleggen.
Toetreding [betrokkene 2]
Op 12 november 2013 wordt binnen No Surrender besloten dat 10 leden een nieuw prospect chapter Zeeuws-Vlaanderen vormen. Medeverdachte [betrokkene 2] is sinds oktober 2013 president van dit chapter. In april 2015 wordt hij bevorderd naar de rang van Captain. In november 2015 promoveert hij verder van Captain National naar Captain Europe. Zowel in de hoedanigheid van President als Captain neemt hij deel aan landelijke vergaderingen van Captains en Presidenten waarin het beleid wordt uitgezet.
Landelijke overlegstructuur en regels
Uit op verschillende plaatsen in het land aangetroffen administratie blijkt dat er al in 2013 op nationaal niveau vergaderingen worden gehouden binnen No Surrender, waarin wordt afgestemd en normen worden gesteld die vervolgens aan de chapters worden opgelegd. Uit notulen van diverse presidentsvergaderingen en een nomadvergadering in Poppel eind 2014 en begin 2015 volgt dat er regels zijn uitgereikt voor hangarounds, prospects en clubhuisregels. Deze moeten als richtlijn worden gebruikt. Ook volgt uit de verslagen dat de nationals hebben geconstateerd dat binnen de chapters het niet zo nauw met de regels wordt genomen. Ook moet er beter worden gecommuniceerd door de presidenten naar andere kaderleden en zo verder omlaag binnen het chapter. Voor de communicatie moet de juiste weg worden gekozen en dit moeten de members worden bijgebracht. [betrokkene 2] geeft in een presidentenvergadering van 3 mei 2015 aan dat je je als president niet moet laten ondersneeuwen door je members. De members moet duidelijk worden gemaakt wat de hiërarchie is binnen het chapter en ook dat ze daarvoor respect moeten hebben. Ze hebben te luisteren naar wat hen gezegd en opgedragen wordt, aldus [betrokkene 2] .
[betrokkene 1] verklaart dat in de chapters eigen regels werden vastgesteld, maar dat men zich wel moest houden aan de basisregels. Deze basisregels zijn ontstaan bij het oprichten van de club en zijn schriftelijk vastgelegd.
Uit diverse verslagen van vergaderingen volgt dat al in 2013, maar ook in 2014 en 2015 duidelijk wordt gemaakt dat men [betrokkene 1] als generaal niet lastig moet vallen met problemen. [betrokkene 1] zegt zelf dat de communicatie binnen de club (en zeker wat problemen betreft) via de juiste kanalen moet verlopen. In 2016 wordt dit nogmaals op meerdere momenten herhaald.
Clubhuizen
In de presidentenvergadering van 3 december 2013 wordt besproken dat de overheid (justitie en de gemeente) het voor No Surrender in Groningen moeilijk maakt. [betrokkene 1] reageert hierop met: “Regel altijd alle locaties zonder horecavergunning”. Het hof neemt aan dat met ‘locaties’ over clubhuizen wordt gesproken.
Uit notulen van een vergadering van 23 april 2013 volgt dat de club cafés gaat benaderen en de eigenaar tot prospect gaat maken.
Toetredingsbeleid
In 2013 deelt [betrokkene 1] binnen de club mee dat de harde kern van voetbal hooligans van diverse clubs worden voorgesteld. Zij zullen volgens [betrokkene 1] vertellen dat zij binnen No Surrender wel met elkaar overweg kunnen. In 2014 wordt gezegd dat alle hooligans van alle clubs welkom zijn bij No Surrender.
[betrokkene 1] bepaalt in 2015 dat een miljonair of voetballer − in ieder geval iemand met vermogen − zijn colors kan kopen voor € 25.000,-. Hij wordt dan een special member. Van het bedrag van € 25.000,- gaat € 20.000,- naar de National kas en € 5.000,- naar de clubkas.
Toetreding verdachte
In januari 2014 wordt in de media bekendgemaakt dat verdachte de overstap maakt van motorclub Satudarah naar No Surrender. Verdachte heeft [betrokkene 1] gevraagd om toe te mogen treden met een aantal chapters. Dit onder de voorwaarde dat hij het Noorden “mocht regelen”. [betrokkene 1] stemt hiermee in en verdachte treedt toe tot No Surrender als captain.
Vorming National Board in september 2016
Na de aankondiging van het vertrek van [betrokkene 1] uit No Surrender begin 2016 wordt de club op 29 september 2016 formeel ingeschreven als vereniging met een driekoppig bestuur, bestaande uit verdachte als voorzitter, [betrokkene 2] als penningmeester en [betrokkene 87] als secretaris. In 2016 worden [betrokkene 2] , verdachte en [betrokkene 87] Captain World of World Captain. Daaronder in rang zitten de European Captains en daaronder de National Captains. De National Captains gaan enkel over de vraagstukken van de Nederlandse chapters en zijn per regio verdeeld. De European Captains sturen de Europese chapters aan. De World Captains gaan over het onderhouden van contact wereldwijd en het aannamebeleid van nieuwe landen.
Bovendien wordt in september 2016 de ‘National Board’ ingesteld. Verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 87] vormen het dagelijks bestuur en fungeren als voorzitters. Bij een vergadering van het dagelijks bestuur zitten de captains uit heel Nederland. De National Board voorziet in het contact tussen de leden van de National Board en de chapters. [betrokkene 2] noemt de National Board een “tussenstation naar de chapters” en de captains een “tussenvoer naar de National Board”. Het Noorden en Zuiden vallen onder de National Board, waarbij het Noorden onder verdachte valt en het Zuiden onder [betrokkene 2] . Het Noorden en Zuiden onderhouden onderling contact over club gerelateerde aangelegenheden. Medeverdachte (in eerste aanleg) [betrokkene 3] beschrijft dat de scheiding tussen het Noorden en Zuiden werd aangehouden zodat evenementen en clubavonden niet met de gehele club hoefden te worden bezocht. Verder was er geen onderscheid, ook niet wat regels betreft, zo verklaart [betrokkene 3] . [betrokkene 2] verklaart dat hij binnen No Surrender met iedereen contact had in het kader van het besturen van de club met de National Board. Hij kwam bij alle chapters in Nederland, dat waren er destijds 26 à 27. De National Board kwam één keer per week bij elkaar en werd meestal voorgezeten door verdachte. Wanneer verdachte er niet was, dan was [betrokkene 2] voorzitter. Was [betrokkene 2] er niet, dan was [betrokkene 87] de voorzitter. Bij de National Board werd bijvoorbeeld gesproken over de toetreding van nieuwe chapters bij de club. Problemen over of binnen chapters werden niet besproken binnen het dagelijks bestuur. Volgens de verklaring van [betrokkene 3] werden bad standings wel door het dagelijks bestuur “naar beneden toe” teruggekoppeld.
Structuur No Surrender na vorming National Board
Binnen de chapters is de President de baas en de voorzitter. Hij is de bestuursman en beslissingsbevoegd binnen het chapter. De President is volgens het Huishoudelijke Reglement Stichting No Surrender MC National Board verantwoordelijk voor zijn eigen chapter. Hij bepaalt daarbinnen ook de strategie. Periodiek en/of tijdig brengt hij de National op de hoogte van recente ontwikkelingen. Onder de president valt de vice-president die belast is met interne zaken, hand- en spandiensten verricht en waarneemt wanneer de president er niet is. Voor geldzaken is de Treasure en er is een Secretary voor papierwerk. De Roadcaptain is voor het uitschrijven van routes. De Sergeant of Arms is voor de beveiliging en meestal zijn er ook twee Security-leden voor de bewaking van de poort. Daaronder zitten de full members. Om full member te worden, wordt je achtereenvolgend wannabee, hangaround en prospect.
In juli 2016 is op een OVC-opname in het clubhuis in Emmen te horen dat aan nieuwe leden deze hiërarchie wordt uitgelegd. Als eerste wordt [betrokkene 1] als generaal genoemd, die nog steeds door de club als generaal wordt gerespecteerd en aangesproken. Bij het arriveren van de generaal of captains staat iedereen op en gaat naar ze toe om ze te groeten. Hangarouds en prospects gaan ook naar kaderleden toe om ze te groeten. Dit groeten vindt plaats volgens de rangorde: de hoogste in rang wordt als eerste gegroet.
[betrokkene 1] blijft als hoogste baas
In een OVC-gesprek in maart 2016 wordt besproken dat de generaal alles zelf wil doen en regelen, dat hij alles onder controle wil houden, dat hij genomen besluiten terugdraait. Ook wordt gezegd dat hij alleen heerst en dat sprake is van een dictatuur. Verdachte heeft verklaard dat [betrokkene 1] “met zichzelf stond te vergaderen”. [slachtoffer 1] omschrijft dat wanneer hij een beslissing neemt, [betrokkene 1] er “alweer een draaier aan gooit”. [slachtoffer 1] zegt ook: “Hij moet eens dingen laten varen en niet overal met z’n grote kop van hem voorop zitten”.
Getuige [betrokkene 5] verklaart dat [betrokkene 1] “de grote baas” en de hoogste in rang was. Hij stond boven iedereen; volgens [betrokkene 5] was dat in 2019 nog steeds zo. In mei/juni 2016 hing er nog een plakkaat in het clubhuis Emmen, waarin [betrokkene 1] ’s foto bovenaan hing. In de wandelgangen werd ook gezegd dat [betrokkene 1] nog steeds de leiding had. Er werd gezegd dat [betrokkene 1] nog steeds bij No Surrender zat, maar dat ze zouden doen alsof hij de motorclub had verlaten. [betrokkene 5] verklaart over [betrokkene 1] : “Iedereen van wie hij vond dat hij verantwoording aan hem verschuldigd was, was verantwoording aan hem verschuldigd” en: “Iedereen met een hoge functie, een kaderfunctie, had contact met [betrokkene 1] ”. Verdachte had regelmatig overleg met [betrokkene 1] . Verdachte gedroeg zich als “oppergod”, volgens [betrokkene 5] .
Er werd bovendien verantwoording afgelegd naar de hogere rangen binnen de hiërarchie van No Surrender en uiteindelijk aan [betrokkene 1] . Verdachte vraagt [betrokkene 1] op 16 april 2014 om toestemming om de president van Zwolle te installeren. Verdachte legt volgens het OVC-gesprek van 8 januari 2015 verantwoording af aan [betrokkene 1] . [betrokkene 5] omschrijft het zo dat mensen “renden voor [betrokkene 1] ”. Ook na het door [betrokkene 1] aangekondigde vertrek uit de club onderhield hij contact met bijvoorbeeld verdachte.
Initiatief nieuwe clubstructuur door verdachte
Aan de vorming van de National Board gaat vooraf dat verdachte op 4 augustus 2016 aan [betrokkene 2] voorstelt om samen met [betrokkene 87] de boel te “gaan runnen”. Verdachte geeft aan dat de Nationals wel moeten blijven stemmen en dat elke National gelijkwaardig is. Verdachte zegt hierover: “Dat moeten ze ook blijven en weet je waarom? Anders zijn wij zelf ook nog de klos hè, dan worden wij net zoals [betrokkene 1] gezien he?”. Er moet wel een onderscheid komen tussen de captains World en de captains Europe. De Nederlandse captains worden captain Europe. De captains Europe mogen niet meestemmen als het om wereldwijde zaken van No Surrender gaat. Verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 87] bepalen de structuur voor de hele wereld en zijn het officiële aanspreekpunt van alle grote motorclubs in de wereld.
Op 11 augustus 2016 vertelt verdachte in een OVC-gesprek aan een onbekende man die hij ‘ [betrokkene 10] ’ noemt dat hij een stichting maakt met [betrokkene 2] en [betrokkene 87] . Zij vormen het dagelijks bestuur. Verdachte wil niet wachten op het voorarrest van [betrokkene 1] . [betrokkene 1] zal nog wel drie maanden zitten en “de club is stuurloos”. Verdachte zegt dat iemand de kar zal moeten trekken, dat hij zich daar wel voor wil opofferen, maar dat hij daarvoor niet “de zwarte piet’ toegeschoven wil krijgen, van justitie of andere nationals. Verdachte wil geen “kop van jut” worden. Hij zegt: “Ik wil best met z’n allen wat aansturen, maar dan doen we dat met z’n allen”. Verdachte vertelt verder over zijn plan dat de 3 voorzitters ook de nomads gaan aansturen. De onbekende man vertelt dat hij van [betrokkene 1] een vrijbrief had. Verdachte vindt dat dat niet kan en dat dat geen verantwoording afleggen is. Verdachte zegt hierover: “Nee, maar snap je wat ik bedoel. Niet om te controleren, want nogmaals, als jij vindt dat het moet, zelf weten. Maar wij willen toch dat die club een richting gaat varen en als er iemand afvalt en jij moet dat corrigeren of [betrokkene 39] moet dat hier corrigeren, dat wij er van weten. Zo werk ik altijd al met die jongens. Jongens moeten dat aan mij melden en ik moet daar het laatste woord over kunnen zeggen”. Verdachte wil voorkomen dat de club verloren gaat. Misschien komt [betrokkene 1] wel nooit meer terug. Om [betrokkene 1] als oprichter in ere te houden, wordt de world run de general run en wil verdachte dat in alle clubhuizen een foto van de oprichter komt te hangen, met eronder de 3 voorzitters staand en de andere nationals op een bank erachter.
Uit een OVC-gesprek van 18 augustus 2016 volgt dat volgens verdachte de nieuwe clubstructuur is ingegeven door het idee dat er “leiding in de club” moet komen. De Nomads gaan verantwoording afleggen aan de captains. De club moet gedragen worden door 3 mensen die dezelfde visie hebben. Verdachte bepaalt de visie en de andere 2 doen mee, die kunnen mooi de visie uitdragen. Alleen zo krijg je een fatsoenlijke structuur in de club, aldus verdachte. Momenteel is het volgens verdachte “een stuurloos schip”. De presidenten krijgen van de captains de mededeling hoe het bestuur het wil gaan doen en wat de afspraken zijn. Ook krijgen ze een handleidingenboek.
Opvolging en waarneming
In de opvolging en waarneming van verdachte is ook voorzien. Uit het OVC-gesprek van 1 november 2016 volgt dat verdachte zegt dat wanneer hij “aan de beurt” is, [betrokkene 3] de boel van hem kan overnemen in het Noorden. Landelijk kunnen [betrokkene 2] en [betrokkene 87] het voortzetten. Wanneer verdachte vervolgens is opgepakt, blijkt uit een getapt telefoongesprek van 5 januari 2018 dat [betrokkene 3] volgens plan wordt toegevoegd aan [betrokkene 2] en [betrokkene 87] , als drieluik. Uit het tapgesprek van 23 januari 2018 volgt verder dat [betrokkene 3] en [betrokkene 2] de afspraak die door verdachte is gemaakt niet willen overrulen.
In de presidentenvergadering van 3 maart 2015 is medegedeeld wie de club zal leiden indien [betrokkene 1] “om een of andere reden niet meer aanwezig zal zijn in de club”. Daarbij wordt ook aangegeven wie er als intermediair zal optreden naar [betrokkene 1] toe.
Tussenconclusie
Van autonoom opererende chapters die niet gebonden zijn aan de regels van No Surrender is, anders dan de verdediging heeft aangevoerd, geenszins sprake. Zoals uit het voorgaande en navolgende zal blijken, wordt de club van meet af aan juist sterk hiërarchisch aangestuurd en wordt door de Nationals − met sancties − ingegrepen als de chapters het niet zo nauw nemen met de centraal ingevoerde regels. Noch is sprake van een strikte scheiding tussen het Noorden en het Zuiden, in die zin dat sprake is van twee autonome, afzonderlijk van elkaar optredende organisaties. Er vindt immers voortdurend onderling overleg en afstemming plaats tussen de leiders in landelijke vergaderingen maar ook daarbuiten.
Het hof concludeert op basis van het voorgaande dat er sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen de verdachten, die allen hebben behoord tot de hoogste leiding van No Surrender, in de tenlastegelegde periode.
Oogmerk
Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven, maar niet is vereist dat de organisatie de uitsluitende bedoeling heeft om misdrijven te plegen, of dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is.
Voor een bewezenverklaring is voldoende dat het plegen van misdrijven wordt beoogd, zodat geen aanvang hoeft te zijn gemaakt met het daadwerkelijk plegen daarvan. Voor bewijs van het bestanddeel “oogmerk” zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
In deze zaak heeft de organisatie volgens de tenlastelegging met name het oog op twee specifieke categorieën van misdrijven: het plegen van gewelds- en vermogensdelicten in het kader van de ‘bad standing’ en het plegen van overtredingen van de Opiumwet. Het hof zal zich bij de beoordeling van dit feit daarom beperken tot deze tenlastegelegde categorieën van misdrijven. Ook betrekt het hof net als de rechtbank een aantal criminogene factoren in zijn overwegingen.
Gewelds- en vermogensdelicten − Bad standing
Sanctiestelsel
Binnen No Surrender hebben de leden zich te houden aan veel voorschriften en geschreven en ongeschreven gedragsregels, die streng worden gehandhaafd. Daarvoor is een uitgebreid sanctiestelsel in het leven geroepen, met straffen variërend van het terugplaatsen in rang (“terugsnijden”), het betalen van een boete tot het in ‘bad standing’ uit de club zetten van leden. De bad standing is de zwaarste sanctie.
In de presidentsvergadering van 4 november 2014 zijn regels en bijbehorende sancties aan de chapters voorgeschreven. Op de naleving daarvan werd door de Nationals toegezien. Bij de oprichting van de vereniging MC NS in september 2016 is deze lijn voortgezet: per doelgroep (hangarounds, prospects, chapters) zijn regels en sancties schriftelijk vastgelegd.
Wanneer een bad standing is gegeven, wordt dat blijkens de inbeslaggenomen notulen gemeld. In 2015 wordt blijkens de notulen de chapters gezegd dat in e-mails enkel moet worden gezegd dat iemand de club heeft verlaten.
Boete
Uit verschillende bewijsmiddelen blijkt dat bij een bad standing een boete moet worden betaald. Dit is op nationaal niveau bepaald en opgelegd aan de chapters. Zo wordt in presidentsvergaderingen in december en februari 2014 besproken dat de boete bij bad standing 5.000 euro bedraagt, welk bedrag in de nationale kas moet worden gestort. Daarbij wordt gemeld dat de Nationals hebben bepaald dat deze richtlijn No Surrender-breed (ook in het buitenland) geldt. Later wordt deze boete achteraf omgezet in een instapfee die de club inhoudt wanneer het lid de club verlaat.
De sanctie bad standing wordt al in vergaderingen in 2013, 2014 en 2015 besproken. Bij een bad standing moet een Nomad aanwezig zijn, zo volgt uit de presidentenvergadering van 8 oktober 2013. Bij een financieel belang zorgt de president dat dit wordt afgehandeld. In de presidentenvergadering van 2 december 2014 wordt door ‘nomad Ron’ gezegd dat wanneer iemand een bad standing wil geven, er eerst even met de nomad moet worden overlegd. Ook moet worden aangegeven welke sanctie is opgelegd. Op het moment dat een sanctie is betaald, zal deze direct naar de nationale kas gaan. ‘Captain [betrokkene 6] ’ deelt mee dat bij het verlaten van de club vanaf de rang hangaround 2 een sanctie staat van € 5.000,-, dit is een richtlijn en dient als afschrikmiddel. Captain [betrokkene 6] zegt ook dat de presidenten niet zomaar akkoord moeten gaan met een good standing en dat bij twijfel overlegd moet worden met de nationals. Wie teruggesneden is, kan de club niet verlaten en ook niet overstappen naar een ander chapter. Het enige wat dan nog mogelijk is (BFK: is) om de club met een bad standing te verlaten met een sanctie van € 5.000,-. [betrokkene 7] heeft verklaard dat de opbrengst van een bad standing wordt verdeeld onder de president, clubkas en captain. In de presidentsvergadering van 6 januari 2015 wordt medegedeeld dat de opbrengst van de bij bad standing opgelegde sanctie voorlopig niet naar de nationale kas gaat, maar naar de kas van het eigen chapter.
In een afgeluisterd gesprek van 10 februari 2015 wordt de bad standing en de kwestie of de motor moet worden afgepakt (BFK: besproken). In dit gesprek wordt door captain [betrokkene 4] een uitspraak van [betrokkene 1] herhaald: “’Je weet hoe het werkt. Die regel.... Bad standing... is vijf rooien he!”.
Introductie en afschaffing instapfee
In 2015 wordt een instapfee van € 2.500,- geïntroduceerd. Uit een OVC-gesprek van 8 oktober 2015 volgt dat [betrokkene 1] van “alle problemen van justitie” af wil. Er wordt gezegd dat [betrokkene 1] ook weg wil hebben dat bij een bad standing de motor wordt afgepakt of iemand in elkaar wordt geslagen. Diegenen die dat moeten doen, die komen met justitie in de problemen en dat is voor justitie “een stok om mee te slaan”. In plaats daarvan moet elke nieuwe member € 2.500,- betalen en wanneer ze weggaan, houdt de club dat geld. Dat geld heeft de club dan al binnen en dan is het klaar. Voor de huidige leden geldt dit niet, daarover wordt gezegd: “die ouwen.. (ntv) we nog in mekaar slaan”. Later in dit gesprek wordt concreet besproken dat [betrokkene 8] een bad standing krijgt. Verdachte zegt hierover: “Hij mag vanavond nog kiezen. Hij mag de motor inleveren en oprotten als hij bevestigd heeft wat hij tegen hem gezegd heeft. Die andere jongen trappen we eruit (...) die heeft toch niks”, waarop [betrokkene 9] reageert dat ze geen motors meer mogen innemen. Verdachte zegt: “Valt onder de oude regeling dus bad standing betekent gewoon een portie klappen en wegwezen.”
Uit een verslag van een presidentenvergadering van 2 februari 2016 volgt dat [betrokkene 1] mededeelt dat de instapfee van € 2.500,- wordt aangepast naar € 250,- per maand gedurende één jaar of € 2.500,- ineens. In de presidentenvergadering van 15 maart 2016 wordt gezegd dat € 250,- per maand een respectvolle inleg is en dat er geen problemen meer zijn achteraf. Besproken wordt dat het aantal hangarounds wel afneemt, maar dat dit uit een oogpunt van voorzichtigheid beter is.
Blijkens een OVC-gesprek van maart 2016 zegt [betrokkene 4] dat de bad standing “niet meer bestaat”: iedereen die de club in komt moet € 2.500,- betalen, dus als iemand de club uitgaat is er geen bad standing: “krijg je een hand en hoeft die 2500 euro niet meer betaald te worden en kan je gewoon je motor meenemen.” [slachtoffer 1] vertelt dat er niets meer gestolen wordt. Hij zegt dat [betrokkene 1] wel een punt had. [betrokkene 10] zegt nog wel dat ‘ [betrokkene 11] ’ zijn hesje afgepakt moet worden. In juli 2016 wordt in het clubhuis in Emmen aan nieuwe leden medegedeeld dat het inschrijfgeld € 2.500,- is. In september 2016 wordt tegen een aspirant lid gezegd dat hij € 2.500,- moet betalen. Als er namelijk wat met dit lid voorvalt, moeten ze zijn motor afpakken en dat willen ze niet. Mocht hij de club uit moeten, dan willen ze geen geld meer op hoeven halen.
Op 1 november 2016 wordt in het clubhuis in Emmen aangekondigd dat van de instapgelden wordt afgestapt. Verdachte zegt erbij dat de sergeant binnen het chapter weer verantwoordelijk is voor de bad standing. [betrokkene 2] stelt voor dat de mensen die de instapfee al betaald hebben, in een good standing mogen gaan, mocht er iets gebeuren. Ten aanzien van de rest zegt [betrokkene 2] : “hard optreden”. Ze hebben het een jaar geprobeerd, maar het gaat gewoon niet, aldus [betrokkene 2] . Verdachte voegt toe: “we hebben liever ook dat we een bad standing uitgeven”. Verdachte vertelt ook dat ze die avond [slachtoffer 3] hebben terug gesneden naar prospect en dat hij daarbij een “paar flappers aan z’n oren” (BFK: heeft) gehad waar hij behoorlijk last van heeft denkt verdachte.
Toepassing van of dreiging met geweld
Uit het dossier blijkt dat naast het betalen van een geldboete een bad standing in de praktijk ook gepaard ging met verschillende misdrijven, zoals (bedreiging met) geweld. Ook worden daarbij − als alternatief voor of aanvulling op de te betalen boete − goederen, zoals motoren, afgenomen van leden.
Een bad standing houdt in dat je je hesje in moet leveren, je krijgt klappen, je moet geld betalen, je auto of motor wordt afgepakt, je gezin wordt bedreigd en je mag geen contact meer hebben met leden van No Surrender. Een bad standing gaat ook altijd gepaard met geweld, aldus [betrokkene 5] .
In een OVC-gesprek van 8 januari 2015 wordt gezegd dat de meesten de club verlaten met een blauw oog. [betrokkene 3] zegt in februari 2015: “we slaan ze nog altijd zelf aan de bek”. Aan nieuwe leden wordt in het clubhuis in Emmen op 9 april 2015 uitgelegd dat wanneer je de club schaadt, je “een klap op je bek krijgt”. Er wordt ook gezegd dat dat binnen de club wordt geregeld en dat je dan een bad standing krijgt.
De Nomads zijn onder andere verantwoordelijk voor het ophalen van geld bij mensen, onder andere bij mensen die uit de club zijn gezet met bad standing. Geweld wordt daarbij niet geschuwd, aldus [betrokkene 11] .
Afpakken hesjes
Uit notulen van vergaderingen volgt dat landelijk besloten wordt in 2015 dat ingenomen hesjes bij chapter Rotterdam moeten worden ingeleverd. Minder bedeelde leden kunnen vervolgens een van deze hesjes kopen voor € 100,-. De opbrengst hiervan gaat naar de staatskas. Nieuwe leden moeten het hesje zelf betalen.
Voorbeelden bad standing
Dat een bad standing reeds vanaf 2013 plaatsvonden en in de praktijk gepaard gaat met het plegen van misdrijven blijkt uit meerdere zich bij de bewijsmiddelen bevindende verklaringen van slachtoffers van een bad standing in combinatie met de inhoud van verschillende OVC-gesprekken. Het hof zet dat hierna op chronologische volgorde verder uiteen.
[betrokkene 1] meldt in de presidentenvergadering van 8 oktober 2013 dat [betrokkene 12] en ‘ [betrokkene 13] ’ ( [plaats] ) met bad standing de club hebben verlaten. In notulen is opgenomen dat [betrokkene 14] van [naam 1] een bad standing heeft gekregen op 11 juli 2014.
[betrokkene 16] heeft bij de politie verklaard dat hij op 21 april 2014 met bad standing uit No Surrender is gezet. Hij heeft hierbij klappen gekregen en zijn jasje is afgepakt met daarin de sleutel van een huurauto.
Uit het dossier volgt dat [betrokkene 17] heeft verklaard op 7 mei 2014 te worden afgeperst door de captain van No Surrender in Nijmegen. [betrokkene 17] werd gebeld en hem werd gezegd dat er een boete van € 10.000,- op staat als je de club verlaat. Wanneer [betrokkene 17] € 500,- betaalde werd er niet meer over gesproken.
Op 8 mei 2014 werd [betrokkene 8] in het clubhuis van No Surrender te Emmen mishandeld door verdachte en twee onbekende mannen, werd hij bedreigd en kreeg hij een bad standing. [betrokkene 8] moest als boetedoening € 5.000,- betalen. Tevens werd hem zijn horloge in de membersroom afgenomen door één van de onbekende mannen. Uit een tapgesprek van 16 april 2014 volgt dat [betrokkene 19] tegen [betrokkene 8] moet zeggen van verdachte dat “het van de generaal komt en van [verdachte] ”.
[betrokkene 20] is in augustus 2014 met bad standing uit de club gezet door [betrokkene 19] in het bijzijn van meerdere No Surrender leden. Zijn vestje werd uitgetrokken en hem werd verteld dat hij € 5.000,- moest betalen en zijn motor moest inleveren. Hij besloot mee te werken uit angst dat hem anders iets werd aangedaan. [betrokkene 19] gaf andere leden de opdracht om met [betrokkene 20] mee te gaan om zijn motor af te pakken. Zijn motor, die bij de garage stond ter reparatie, is door anderen opgehaald en overgeschreven op naam van [betrokkene 19] . Uit tapgesprekken volgt dat verdachte ervan op de hoogte was dat [betrokkene 20] een bad standing zou krijgen en dat hij na afloop tegen [betrokkene 19] heeft gezegd dat het geld “in de pot hoort te komen”. [betrokkene 19] heeft verklaard dat hij [betrokkene 20] een bad standing heeft gegeven, dat hij hem een boete van € 5.000,- heeft gegeven en zijn motor heeft overgeschreven op zijn naam. [betrokkene 7] heeft verklaard dat hij met [betrokkene 19] mee is geweest naar de woning van [betrokkene 20] om het geld op te halen.
President [betrokkene 21] krijgt in november 2014 een bad standing. Getuige [betrokkene 22] heeft verklaard dat [betrokkene 1] twee motoren van [betrokkene 21] heeft afgepakt en aan [betrokkene 22] heeft verkocht. [betrokkene 22] wist toen nog niet dat de motoren van [betrokkene 21] waren afgepakt. Uit inbeslaggenomen notulen volgt dat op 25 november 2014 in een overleg wordt gemeld dat president [betrokkene 21] met bad standing de club heeft verlaten.
Op 11 november 2014 meldt [betrokkene 23] zich bij de politie in Zwijndrecht. In het weekend voor 11 november 2014 is hij uit de club gezet en is hij bedreigd en is hem verteld dat hij € 15.000,- moet betalen.
President [betrokkene 24] ( [bijnaam] ’) [betrokkene 24] wordt in december 2014 met een bad standing uit No Surrender gezet. Op 28 december 2014 wordt de auto van zijn ex-vrouw in brand gestoken. Prospect [betrokkene 25] wordt op heterdaad betrapt en heeft de brandstichting bekend. [betrokkene 25] bekende de brandstichting aan President [betrokkene 24] en gebruikte daarbij diens bijnaam ' [bijnaam] ' en zei dat hij de brand had gesticht in opdracht van chapter Tilburg. Op 29 december 2014 wordt blijkens de OVC-opname door verdachte gezegd dat ‘ [bijnaam] ’ een bad standing heeft gekregen. Verdachte heeft hem twee dingen laten afhandelen en toen moest hij “wegwezen”, aldus verdachte. [betrokkene 25] is veroordeeld ter zake van de brandstichting.
In mei 2015 wordt besproken dat [betrokkene 26] in Engeland is gepakt met 17 kilo coke. Verdachte besluit dat hij met bad standing uit de club moet, omdat hij niks heeft overlegd en niemand er vanaf wist. Als hij een motor heeft, dan pakt verdachte hem die af, zegt hij. Er wordt in het gesprek duidelijk gemaakt dat indien je ‘wat’ doet, je moet zorgen dat je slim bent en het moet laten weten. Eén van de captains moet op de hoogte zijn.
In de herfst van 2015 heeft ‘ [betrokkene 27] ’ een bad standing gekregen, waarbij in opdracht van [betrokkene 1] een Hotrod en een vrachtwagen is afgepakt. De vrachtwagen is aan [betrokkene 27] teruggegeven, maar [betrokkene 1] heeft de hotrod gehouden, aldus [betrokkene 28] .
[betrokkene 11] wordt in 2016 uit de club gezet met een bad standing. Hij wordt hierbij geslagen en geschopt door No Surrender leden [betrokkene 29] en [betrokkene 30] . Via whatsapp wordt [betrokkene 11] vervolgens medegedeeld dat hij € 2.500,- moest betalen. Meerdere keren wordt [betrokkene 11] via een whatsapp bericht gesommeerd om af te spreken om het geld te betalen. Hij heeft op meerdere momenten € 500,- en nog een keer € 400,- en € 200,- betaald. Er bleef om geld gevraagd worden. Bij één van deze afspraken heeft [betrokkene 29] [betrokkene 11] ter hoogte van zijn keel beetgepakt. [betrokkene 11] is uit angst voor de No Surrender leden naar de politie gestapt. [betrokkene 31] heeft gezien dat [betrokkene 29] [betrokkene 11] heeft geslagen.
[betrokkene 32] is met een bad standing uit No Surrender gezet. In het kader van deze bad standing zijn spullen afgenomen. Dit vond volgens [betrokkene 5] plaats in opdracht van [betrokkene 9] . [betrokkene 5] heeft spullen die van [betrokkene 32] waren afgenomen in het kader van zijn bad standing in ontvangst genomen. Ook kreeg hij van [betrokkene 9] de opdracht om bij [betrokkene 32] ’ moeder de autopapieren op te halen. [betrokkene 7] , de stiefzoon van [betrokkene 32] , die ook lid was van No Surrender heeft de auto op zijn naam gekregen. De jongens van de club reden erin.
In maart 2016 wordt de bad standing van [betrokkene 33] besproken.
In maart 2016 is op de OVC-opname in het clubhuis in Emmen te horen dat [betrokkene 34] met een bad standing uit No Surrender wordt gezet. Hij krijgt meerdere klappen in de memberroom. Verdachte vertelt [betrokkene 34] dat hij zijn neus moet schoonmaken en vertelt later over “die neus” die “aan barrels is”.
Op 6 mei 2016 is captain [betrokkene 28] door de No Surrender leden die hij kent als ‘ [naam 2] ’, ‘ [naam 3] ’, [naam 4] en [betrokkene 10] meegenomen naar een bos. [betrokkene 28] was op de begrafenis van No Surrender-lid [betrokkene 35] . In het bos is [betrokkene 28] geslagen en geschopt tot hij zijn bewustzijn verloor. [betrokkene 28] is vervolgens in het ziekenhuis opgenomen met een gebroken oogkas, gebroken kaak, een ontbrekende kies, twee gebroken ribben, een gebroken bovenbeen, knie en kuitbeen, een schouder die uit de kom is en mogelijk een gescheurde lever. Tijdens zijn ziekenhuisopname werd [betrokkene 28] bezocht door vier No Surrender leden. [betrokkene 28] werd gezegd dat hij moest doen alsof hij een ongeluk met zijn motor had gehad. Met de telefoon van [betrokkene 28] werd een bericht op Facebook geplaatst, waaruit dit motorongeluk zou blijken. In een OVC-gesprek van 11 mei 2016 wordt dit voorval besproken door [betrokkene 36] en [betrokkene 37] .
Op 21 september 2016 wordt President [betrokkene 103] uit de club gezet en door vier mensen mishandeld. [betrokkene 109] , [betrokkene 110] , [betrokkene 111] en [betrokkene 112] zijn veroordeeld voor onder andere openlijke geweldpleging tegen [betrokkene 103] . Uit een tapgesprek van 21 september 2016 volgt dat besproken wordt dat er geen contact meer mag worden opgenomen met [betrokkene 103] .
Op 1 november 2016 wordt door verdachte besproken dat [betrokkene 113] (captain [betrokkene 113] uit Duitsland) eruit moet. Verdachte zegt: “ik denk dat de tijd is gekomen dat ik hem er uit wapper”. Verdachte heeft geen zin om mensen in een rolstoel te slaan. Hij pakt dan wel zijn jasje, caravan en auto af.
Op 10 november 2016 wordt in het clubhuis [betrokkene 108] aan verdachte verslag gedaan van het verloop van een bad standing aan ‘rooie [betrokkene 5] ’ (het hof begrijpt: [betrokkene 5]). Verteld wordt dat ze hem “heel goed te grazen hebben gehad” en dat hij “helemaal in diggelen ligt”. [betrokkene 3] voegt toe dat hij klappen heeft gehad. Er is ook al iemand naartoe geweest, maar “zelfs z’n vrouw en kinderen zijn nu uit huis”, waarop verdachte zegt: “mooi laten zitten”.
Uit het dossier volgt dat in mei/juni 2017 [betrokkene 114] , lid van No Surrender, chapter Zeeuws-Vlaanderen, uit de club wilde stappen en dat hem toen is verteld dat hij € 5.000,- moest betalen. [betrokkene 115] (de secretary van No Surrender chapter Zeeuws Vlaanderen) omschrijft dit als “maffiapraktijken”.
Eind december 2017 verklaart [betrokkene 116] bij de politie dat hij uit No Surrender is gestapt en dat de leden sindsdien naar hem op zoek zijn. Hij kon zich vrij kopen door € 10.000,- te betalen. Hij vertelt bovendien dat hij recent is mishandeld door leden van No Surrender. Hij wil geen aangifte doen of er verder over verklaren: “ik weet wat er gaat gebeuren als ik dat wel doe”.
Tussenconclusie
Het hof constateert op grond van het voorgaande dat bij een bad standing een duidelijk patroon zichtbaar is van gewelddadig en/of bedreigend gedrag, uitgeoefend door leden van en in de naam van No Surrender. Daarbij kregen de slachtoffers van bad standing een boete opgelegd en moesten ze hun motor, telefoon en/of hesje en/of andere spullen onder bedreiging inleveren. Op welke wijze de opbrengst van de bad standings ten goede van de club kwam werd op nationaal niveau besproken. De slachtoffers van een bad standing durfden vaak geen aangifte te doen uit angst voor represailles. Gelet hierop concludeert het hof dat het oogmerk van de organisatie mede was gericht op diefstal met geweld, afpersing, dwang, bedreiging en (zware) mishandeling, al dan niet met voorbedachten rade.
Overtreding van de Opiumwet
Drugsgebruik
Het gebruik van drugs door leden in de clubhuizen van No Surrender was algemeen aanvaard en werd gereguleerd en gefaciliteerd door de club. Zo is president [betrokkene 38] van chapter Emmen in juli 2017 veroordeeld voor handel in speed en cocaïne in het clubhuis in Emmen. In het clubhuis in Emmen mag niet door anderen dan [betrokkene 38] worden gehandeld in drugs.
Uit het bij een doorzoeking in maart 2017 inbeslaggenomen ‘Reglement NSFFNS’ volgt dat schriftelijk is voorgeschreven dat gedurende de periode van een nieuw lid van Hangaround 1 tot Full Member er geen drugs wordt gebruikt, maar dat in overleg met het kader van het chapter hiervan kan worden afgeweken. Deze regel staat ook opgenomen in de inbeslaggenomen Regels voor Hangarounds en Prospects. Uit de in mei 2016 inbeslaggenomen Chapter regels volgt dat Prospects geen drugs mogen nuttigen zonder toestemming van het kader en dat tijdens vergaderingen iedereen nuchter aanwezig is en daarmee niet onder invloed van onder andere drugs. In een inbeslaggenomen verslag van een vergadering van het chapter Zeeuws-Vlaanderen is te lezen dat op dinsdagen geen drugs mag worden gebruikt. Dat blijkens dit reglement expliciet moet worden opgenomen dat er door bepaalde rangen geen drugs mag worden gebruikt, wijst naar het oordeel van het hof erop dat drugsgebruik buiten de in deze specifieke situatie verboden situatie wel mogelijk was binnen No Surrender.
Drugshandel leden No Surrender
Ook blijkt uit het dossier dat individuele leden van No Surrender zich bezighielden met drugshandel. Uit het dossier blijkt dat er gedurende de gehele tenlastegelegde periode leden, ook hoger in rang geplaatste leden als presidents of nomads, uit verschillende chapters zich bezighielden met en/of zijn aangehouden en/of veroordeeld voor bezit, invoer of handel in verdovende middelen.
Zo verklaart [betrokkene 17] in mei 2014 dat ze vanuit chapter Nijmegen cocaïne bij de dealers in de stad willen brengen. Het gaat daarbij over een halve tot een kilo cocaïne.
In een OVC-gesprek van 13 juni 2015 wordt door [betrokkene 39] (Nomad) en president [betrokkene 38] gesproken over (vaste) prijzen en de kwaliteit van speed. [betrokkene 3] spreekt op 7 mei 2015 met een onbekende man in de memberroom in het clubhuis in Emmen over het afnemen van stroom achter de meter. Nadat de man [betrokkene 3] desgevraagd vertelt hoe veel schulden hij nog heeft, zegt [betrokkene 3] : “Je mag van mij zelf wat mixen, spullen verkopen (...) eerst een keer honderd gram mee..... (ntv) daarna...... (ntv) kan niet ze direct 10 kilo geven... kilo heen dat kan niet.” Ook zegt [betrokkene 3] dat de man een netwerkje kan opzetten, dat gunt [betrokkene 3] hem wel. [betrokkene 3] overlegt met ‘ [verdachte] ’. Tijdens het OVC-gesprek van 6 juni 2015 zijn hak/snij geluiden te horen en spreken [betrokkene 37] en [betrokkene 36] en later [betrokkene 36] en [betrokkene 38] over de verkoop en productie van harddrugs.
Een coffeeshop in Hilversum wordt in augustus 2015 door vier No Surrender leden bezocht. Eén van deze personen, [betrokkene 41] , zou vier kilo hennep hebben geleverd maar niet zijn betaald. Het zou gaan om een bedrag van € 20.000,- en er werd gedreigd met geweld.
In maart 2016 is een productieplaats voor synthetische drugs aangetroffen in Kessel (in Limburg). Bij de inval door de politie zijn twee No Surrender leden aangetroffen.
Controle over drugshandel door leiding
De leiding van de organisatie weet van de handel in en/of het bezit van drugs door de leden, maar treedt daar niet tegen op. Integendeel: de leiding wil er controle over houden. Leden wordt ingeprent dat de captains over het plegen van strafbare feiten geïnformeerd moeten worden. Als dat niet gebeurt kan dat reden zijn voor een bad standing.
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 11 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:533
- HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:68
- HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1691
- HR 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:813
- HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576
- HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:197
- HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:917
- HR 21 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:90
- HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1412
- HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:885
- HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:133
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496
- HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963
- HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3026
- HR 1 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1363
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578
- HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7900
- HR 27 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB6400
- HR 17 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7770