Conclusie A-G Hofstee 11 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:924

Conclusie AG. WOTS-zaak. OM-cassatie. De rechtbank in Nederland heeft het verzoek tot overname van de tenuitvoerlegging van de straf geweigerd omdat naar haar oordeel uit het veroordelend vonnis van de Moldavische rechtbank volgt dat op verschillende momenten in de strafprocedure in Moldavië geen (juiste) tolk is opgeroepen. De weigering steunt kennelijk op zowel het oordeel dat sprake is van 1) een flagrante inbreuk op art. 6 EVRM, als op het oordeel dat zich 2) een ernstige strijdigheid met de Nederlandse grondbeginselen (art. 6 EVIG j° art. 30 WOTS) voordoet. De eerste weigeringsgrond is dwingend, de tweede is facultatief. Mede gelet op de nuanceringen die uit het Moldavische vonnis blijken en de strafvermindering die de Moldavische rechter op grond daarvan heeft toegepast, meent de AG dat de Nederlandse rechtbank in beide gevallen de weigering niet toereikend heeft gemotiveerd. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken