HR 29 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1762
WOTS-zaak. OM-cassatie tegen ontoelaatbaarverklaring tenuitvoerlegging van in Moldavië aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf. Oordeel Rb dat sprake is van flagrante inbreuk op art. 6 EVRM en dat tul in strijd komt met grondbeginselen van Nederlandse rechtsorde. Exequaturrechter moet bij beslissing uitgaan van juistheid van veroordeling door buitenlandse rechter zowel wat betreft haar inhoud als haar wijze van totstandkoming. Dit is alleen anders als komt vast te staan dat bij totstandkoming van veroordeling sprake is geweest van flagrante miskenning van fundamentele beginselen van behoorlijke strafrechtspleging (vgl. HR:2008:BC9545). Van zo’n flagrante miskenning is sprake als in zaak die tot veroordeling heeft geleid, flagrante inbreuk op door art. 6.1 EVRM gegarandeerde recht op eerlijk proces is gemaakt (vgl. EHRM-uitspraak Drozd en Janousek/Frankrijk en Spanje). Uit rechtspraak van EHRM volgt dat niet snel wordt aangenomen dat sprake is van flagrante inbreuk op door art. 6.1 EVRM gegarandeerde recht op eerlijk proces die moet leiden tot ontoelaatbaarverklaring van tul. In dit verband kan worden gewezen op onder meer EHRM-uitspraak Harkins/VK, waarin gevallen zijn opgesomd van ‘flagrant denial of justice’ en waaruit volgt dat sprake moet zijn van zodanige inbreuk op door art. 6.1 EVRM gegarandeerde recht op eerlijk proces dat sprake is van “a nullification, or destruction of the very essence” van dat recht. Exequaturrechter moet in geval als dit – waarin tul is gebaseerd op EVIG – daarnaast beslissen over vraag of tul in strijd zou zijn met grondbeginselen van Nederlandse rechtsorde. Als exequaturrechter oordeelt dat daarvan sprake is, kan tul op grond van art. 6.a EVIG worden geweigerd. Van strijd met grondbeginselen van Nederlandse rechtsorde kan op zich ook sprake zijn buiten geval dat flagrante inbreuk op door art. 6.1 EVRM gegarandeerde recht op eerlijk proces is gemaakt. Dat neemt niet weg dat ook dan strijd met grondbeginselen van de Nederlandse rechtsorde alleen in uitzonderlijke gevallen zal kunnen worden aangenomen. Exequaturrechter moet, als naar zijn oordeel tul in strijd zou zijn met grondbeginselen van Nederlandse rechtsorde, vervolgens op grond van art. 30.1.d WOTS beoordelen of bij afweging van alle betrokken belangen beslissing tot tul in Nederland in redelijkheid niet kan worden genomen. Van deze afweging moet exequaturrechter blijk geven in motivering van beslissing. Rb heeft vastgesteld dat in opsporingsfase en tijdens rechtsvervolging in Moldavië geen (juiste) tolk voor veroordeelde is opgeroepen. Op grond daarvan is Rb tot oordeel gekomen dat sprake is van flagrante inbreuk op art. 6 EVRM, waarbij inbreuk niet wordt hersteld of gecompenseerd door strafvermindering, en daarnaast dat tul in strijd komt met Nederlandse grondbeginselen en ook op die grond ontoelaatbaar moet worden verklaard. Rb heeft dit oordeel niet toereikend gemotiveerd, nu Rb niet nader is ingegaan op verloop van strafzaak in Moldavië en redenen die in uitspraken van Rb Chisinau en hof Chisinau zijn genoemd voor niet oproepen van tolk. Enkele vaststelling van Rb dat in opsporingsfase en tijdens rechtsvervolging in Moldavië geen (juiste) tolk voor veroordeelde is opgeroepen, volstaat daarom niet voor oordeel dat sprake is van zodanige inbreuk op door art. 6.1 EVRM gegarandeerde recht op eerlijk proces dat sprake is van “a nullification, or destruction of the very essence” van dat recht. Dat geldt ook voor oordeel dat tul in strijd zou zijn met grondbeginselen van Nederlandse rechtsorde, waarbij Rb bovendien heeft nagelaten in haar motivering blijk te geven van afweging van alle betrokken belangen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl