HR 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1875

WOTS-zaak. 1. (voorwaardelijk) aanhoudingsverzoek i.v.m. bij EHRM gestarte procedure. 2. in mindering brengen overleveringsdetentie. Ad 1. Exequaturrechter moet bij zijn beslissing uitgaan van de juistheid van de veroordeling door de buitenlandse rechter v.w.b. zowel de inhoud als de wijze van totstandkoming. Dit kan slechts anders zijn indien komt vast te staan dat bij de totstandkoming van die veroordeling sprake is geweest van een flagrante miskenning van fundamentele beginselen van een behoorlijke strafrechtspleging (HR LJN BC9545). Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd kan niet leiden tot het oordeel dat bij de totstandkoming van de veroordeling door het Landgericht Aachen sprake is geweest van een flagrante miskenning van fundamentele beginselen van een behoorlijke strafrechtspleging. Veroordeelde heeft dus geen belang bij de klacht dat de Rechtbank het aanhoudingsverzoek niet uitdrukkelijk heeft afgewezen. Ad 2. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank heeft verzuimd te bevelen dat de in overleveringsdetentie doorgebrachte tijd in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de opgelegde straf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen