Conclusie A-G Bleichrodt 14 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:566

Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door een grote mate van verscheidenheid van procesafspraken die op verschillende wijze door de rechter worden beoordeeld. Dat een wettelijke regeling ontbreekt, wil volgens de PG niet zeggen dat de wet geen ruimte laat voor bepaalde vormen van procesafspraken. Wel is terughoudendheid geboden. De introductie van procesafspraken vergt fundamentele afwegingen en keuzes over de inrichting en structuur van het strafproces en de rolverdeling tussen de procesdeelnemers. Nadere bepaling en afgrenzing door de wetgever ligt volgens de PG in de rede. Bij gebreke van een wettelijk kader zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld of de behandeling van de zaak in overeenstemming is met de eisen van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM, het systeem van de wet en beginselen van een behoorlijke procesorde. De PG geeft geen algemeen toetsingskader maar formuleert in zijn vordering wel bepaalde randvoorwaarden voor de toepassing van procesafspraken. Daartoe behoort de noodzaak van rechterlijke toetsing van de totstandkoming en de inhoud van de procesafspraken. De rechter blijft volgens de PG verantwoordelijk voor de beantwoording van de vragen van de art. 348 en 350 Sv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken